Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam vindt dat de ophef naar aanleiding van haar uitspraken over de handhaving van het boerkaverbod op een misverstand berust. De nuance in haar uitspraken is niet overgekomen, zei ze woensdag tijdens het vragenuur in de Amsterdamse raadsvergadering.

Halsema ging in op haar uitlatingen van vorige week vrijdag die voor verontwaardiging in de landelijke politiek zorgden. Ze zei dat aan de handhaving van het verbod op gezichtsbedekkende kleding geen prioriteit zal worden gegeven. "Het past gewoon niet bij Amsterdam dat wij mensen uit de tram halen omdat ze de nikab dragen", aldus de burgemeester.

De uitspraken leidden tot verontwaardiging in het kabinet. Premier Mark Rutte, vicepremier Kajsa Ollongren, staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) en staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken) lieten allen weten dat Amsterdam zich aan de wet moet houden.

Knops noemde de uitspraken van Halsema dinsdag "ongepast en prematuur". De staatssecretaris vindt dat Halsema met haar uitspraken de suggestie wekt dat de wet niet voor iedereen geldt en eiste dat Halsema haar woorden zou terugnemen.

Halsema neemt woorden niet terug

Halsema zal aan die oproep geen gehoor geven, omdat die stelling volgens haar niet klopt. Ze legde in de raad uit dat ze wel degelijk heeft gezegd dat Amsterdam zich aan de wet heeft te houden, maar dat zij in samenspraak met politie en de officier van justitie prioriteiten mag stellen.

De burgemeester zei dat haar stad met grote problemen in de misdaadbestrijding kampt. "Journalisten worden bedreigd, er worden handgranaten voor winkels en horeca gevonden en een onschuldige zeventienjarige jongen is onlangs vermoord", aldus Halsema. "De problemen zijn groot en talrijk."

Halsema zei het transcript van haar uitlatingen vorige week vrijdag naar het kabinet te hebben gestuurd en merkte op dat staatssecretaris Knops, gezien zijn uitspraken dinsdag, die waarschijnlijk niet heeft gezien. Een woordvoerder van de burgemeester laat weten dat Halsema al in het weekend contact heeft gehad met leden van het kabinet. 

Eric van der Burg, de fractievoorzitter van de Amsterdamse VVD die de burgemeester om opheldering vroeg, is tevreden over de uitleg. "Misverstand opgelost", aldus de liberaal.

Ook Rotterdam en Utrecht geven handhaving geen prioriteit

De Amsterdamse burgemeester staat overigens niet alleen in haar uitspraken. Ook burgemeester Ahmed Aboutaleb (Rotterdam) en Jan van Zanen (Utrecht) zullen de handhaving geen prioriteit geven. "We hebben wel wat anders aan ons hoofd", aldus Van Zanen. Aboutaleb tegenover RTV Rijnmond: "Boerka's vormen maar een marginaal verschijnsel. En dat bepaalt de mate waarin wij handhaven."

In juni van dit jaar nam de Eerste Kamer de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding aan. Het verbod geldt voor het dragen van boerka's, nikabs, bivakmutsen en integraalhelmen in het openbaar vervoer, de zorg, het onderwijs en overheidsgebouwen.

Als argumentatie voor de wet wordt betoogd dat de gezichtsbedekkende kleding de communicatie kan verhinderen en vanwege veiligheidsredenen in sommige gevallen ontoelaatbaar is.

Critici, waaronder de Raad van State, spreken van symboolwetgeving. De raad omschrijft het verbod als het uitvloeisel van bezwaren die specifiek gericht zijn op "islamitische gezichtsbedekkende kleding".

De wet is overigens nog niet van kracht. Het kabinet hoopt de uitwerking uiterlijk 1 juli 2019 rond te hebben.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!