Het kabinet en werkgevers- en werknemersorganisaties zijn sinds dinsdagavond met elkaar in gesprek om tot een pensioenakkoord te komen. Premier Mark Rutte en werkgeversvoormannen Hans de Boer (VNO-NCW) en Marc Calon (LTO) denken dat de partijen er deze keer wel uitkomen.

"We zitten heel dicht bij elkaar", zei De Boer bij aankomst bij het ministerie van Sociale Zaken, waar de gesprekken plaatsvinden. De Boer verwacht dat ze er vanavond uit gaan komen. Zijn achterban is al akkoord met wat er nu op tafel ligt. 

Ook landbouworganisatie LTO heeft groen licht. Voorzitter Marc Calon staat er daarom positief in, zei hij bij aanvang. "We hebben vorige week uren onderhandeld. Dat doen we niet als we denken dat we er niet uitkomen."

De werkgeversvoormannen benadrukken dat ook de werknemersorganisaties nog akkoord moeten gaan. Vertegenwoordigers van de vakbonden meden de verzamelde pers bij het ministerie.

Rutte liet eerder op de dag al weten "nog steeds vertrouwen" te hebben in een goede afloop van de gesprekken. 

De partijen zijn sinds 20.30 uur met elkaar in overleg. Vorige week gingen de gesprekken tot diep in de nacht door. Aanvankelijk schoven alleen de werkgeversorganisaties en vakbonden aan. Later kwamen daar minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en Rutte bij om het proces te bespoedigen.

Er worden geen uitspraken gedaan over waar de pijnpunten precies liggen, maar bronnen in Den Haag melden dat het voornamelijk gaat over de AOW-leeftijd, de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken voor mensen met een zwaar beroep en de boete op een vervroegde pensioenuitkering.

AOW-leeftijd een van moeilijke onderwerpen

Het vorige kabinet verhoogde al de AOW-leeftijd. Dit jaar krijg je vanaf je 66e AOW, dat loopt in 2021 op naar 67 jaar. Daarna wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting, voor 2023 is die vastgesteld op 67 jaar en drie maanden.

De vakbonden hebben er nooit een geheim van gemaakt dat die verhoging ze veel te snel gaat. Het kabinet zou bereid zijn de opbouw met drie jaar te vertragen, zodat je in 2024 op je 67e een AOW-uitkering krijgt.

De sociale partners hebben zich al eens stukgebeten op de vraag wat precies zware beroepen zijn en wie recht heeft op eerder stoppen met werken met een financiële compensatie. "Het is bijna onmogelijk om te benoemen wat zware beroepen zijn", zei Rutte eerder op de dag.

Koolmees had gehoopt dat er dit voorjaar een akkoord op hoofdlijnen zou liggen, maar dat doel uit het regeerakkoord is niet gehaald. Ook de verwachting dat er in 2020 een nieuwe pensioenwet ligt, zal hij waarschijnlijk moeten bijstellen.

Veel maatregelen kosten veel geld. Naast de politieke wil om eruit te komen, moet dus ook financiële ruimte gevonden worden. "Het kabinet moet financiële dekking zoeken, daar moeten wij aan meedoen. We kijken waar we de balans kunnen vinden", zei De Boer.

Vrees dat draagvlak afbrokkelt

Werkgevers en werknemers zijn het er wel over eens dat het pensioenstelsel aan vernieuwing toe is. De arbeidsmarkt is met de toename van zelfstandigen veranderd en werknemers bouwen niet meer als vanzelfsprekend hun hele werkzame leven bij één werkgever pensioen op.

Daarnaast hebben de lage rente, de vergrijzing en de stijgende levensverwachting de kwetsbaarheden van het stelsel blootgelegd. Het is voor jongeren onduidelijk hoe hoog hun pensioenuitkering straks is en ouderen zien hun ouderdomsuitkering nauwelijks of niet meestijgen met de prijzen (indexeren). In sommige gevallen moet er zelfs worden gekort.

Koolmees waarschuwde er daarom vorig jaar al voor dat het draagvlak voor het pensioenstelsel langzaam afbrokkelt.

Het kabinet wil het liefst dat werknemers zelf voor hun pensioen sparen, maar gezamenlijk de risico’s delen. Of het stelsel er zo uit komt te zien, is ook nog onduidelijk.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!