Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) wist niet welke type stints er op de openbare weg reden totdat de elektrische bolderkarren tijdelijk door de bewindsvrouw werden verboden naar aanleiding van het dodelijke ongeluk in Oss.

"Ik weet niet welke stints er allemaal rondrijden", zegt Van Nieuwenhuizen donderdagavond in een Kamerdebat over het voertuig.

De bewindsvrouw verbood op 1 oktober het gebruik van het voertuig toen zij de eerste resultaten van het onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) binnenkreeg. Daaruit bleek dat er technische mankementen waren en dat er door de fabrikant aanpassingen waren doorgevoerd zonder dat het ministerie daarvan op de hoogte was.

Van Nieuwenhuizen: "Ik moet alle belangen wegen. Dat is een zwart-witbeslissing: wordt het gebruik van de stint geschorst of niet? De balans sloeg door naar verkeersveiligheid, want ik weet niet welke stints er allemaal rondrijden."

Dat vond GroenLinks-Kamerlid Suzanne Kröger "een heftige constatering". "Hoe kan het dat de minister van Infrastructuur niet weet welke voertuigen wel en niet op de openbare weg rijden?" Van Nieuwenhuizen begreep die verbazing wel, moest ze erkennen. "Als u constateert dat er geen toezicht is, dan kan ik dat alleen maar beamen."

Tot nu toe geldt er een zogenoemd ‘licht regime’ voor de categorie 'bijzondere bromfietsen' waar de stints onder vallen. Van Nieuwenhuizen wil dit voor de toekomst gaan "herijken".

'Minister houdt bewust belangrijke informatie achter'

Een onderdeel van het ILT-onderzoek is een verklaring van een medewerker van een kinderdagverblijf in Amsterdam over kapotte stints. De remmen van het voertuig zouden niet goed werken. Maar de medewerker wilde haar eerste verklaring weer intrekken omdat ze vond dat de ILT ermee "aan de haal" ging.

Volgens de medewerker had de ILT haar verhaal schromelijk overdreven en daardoor vreesde ze dat het voertuig onterecht van de weg zou worden gehaald. Ze drong aan op een aanvullende verklaring, die ook door de politie werd opgetekend op 1 oktober.

Oppositiepartijen PVV, SP, GroenLinks en PvdA vragen zich af waarom zij pas op 31 oktober over die aanvullende verklaring zijn geïnformeerd. De Kamer is "onvolledig geïnformeerd", zei SP'er Cem Lacin. Hij noemt dat kwalijk en wil vooral van Van Nieuwenhuizen weten of ze dit bewust heeft achtergehouden.

'Gooi niet alles bij Kamer over de schutting'

Maar dat is niet het geval, bezweert Van Nieuwenhuizen. Ze is hier zelf wel via meerdere wegen over geïnformeerd, door onder anderen haar eigen staatssecretaris Stientje van Veldhoven, maar achtte de inhoud niet belangrijk genoeg die met de Kamer te delen. "Je kunt niet verwachten dat ik alles bij de Kamer over de schutting gooi."

Bovendien speelde de aanvullende verklaring van de medewerker toch geen rol bij het besluit de stint tijdelijk te verbieden, benadrukte de bewindsvrouw meerdere malen. Daar lagen volgens Van Nieuwenhuizen andere argumenten aan ten grondslag.

Die uitleg was voor de oppositie niet voldoende. Ze hielden het gevoel dat de verklaring wel een rol speelde in de afweging de stints van de weg te halen.

Eerder op de donderdag diende namelijk een rechtszaak tegen het besluit van Van Nieuwenhuizen om de stints tijdelijk te verbieden. Tijdens die zitting werden citaten uit die verklaring gebruikt. Die informatie had dus naar de Kamer gemoeten.

De partijen en de minister kwamen op dit punt niet nader tot elkaar en spraken uiteindelijk af dat er een gedetailleerde tijdlijn naar het parlement wordt gestuurd.

Het besluit of de stint definitief wordt verboden, wordt door Van Nieuwenhuizen genomen nadat zij de resultaten van het onderzoek van TNO binnen heeft. Dat is waarschijnlijk aan het einde van dit jaar afgerond. 

Voor de producent van de stint komt dat besluit ondanks de uitkomst te laat, hij vroeg deze week faillissement aan.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!