Het tijdelijke verbod op de stint na het tragische ongeluk in Oss, waarbij afgelopen september vier doden vielen, krijgt een politiek vervolg. Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) moet donderdagavond vanaf 18.00 uur in de Tweede Kamer verantwoorden waarom zij de elektrische bolderkar zo snel van de weg heeft gehaald.

Sinds 2 oktober mag de stint niet meer de weg op, maar er zijn vragen over de onderbouwing van dit besluit.

Het verbod kwam er nadat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) "verkennend technisch onderzoek" hadden gedaan naar het noodlottige ongeval, waarbij de elektrische bolderkar op een spoorwegovergang met gesloten spoorbomen in botsing kwam met een trein.

Uit de voorlopige resultaten ontstaan twijfels over de "technische constructie" van de stint. Het voertuig zou soms stilvallen of juist niet meer remmen. Er zijn op dat moment nog veel vragen, maar Van Nieuwenhuizen vindt een tijdelijk verbod vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid toch nodig.

Het besluit van de minister wordt wankel als uit onderzoek van RTL Nieuws blijkt dat het ILT-onderzoek op sommige punten niet deugt.

Inspectie gaat met verhaal aan de haal

Op 21 september, een dag na het ongeluk op de spoorwegovergang, wordt er een proces-verbaal van een medewerker van een kinderdagverblijf in Amsterdam opgemaakt. Zij gebruikt eveneens de stints als vervoermiddel, maar twee exemplaren zouden niet goed werken.

De voertuigen wilden niet remmen als de gashendel werd losgelaten en de rem werkte ook niet. Pas nadat de sleutel eruit werd gehaald, kwam de stint tot stilstand.

Enkele dagen later, op 1 oktober, belt de vrouw opnieuw. Ze wil de eerder gegeven verklaring intrekken. Er was een ILT-medewerker langsgekomen om het verhaal van de niet-werkende stints nader te onderzoeken. De medewerker gebruikte termen als "ongeval" en "op hol geslagen". De eerste verklaring was volgens hem de druppel om de stints van de weg te halen.

Daar voelde de vrouw van het kinderdagverblijf zich niet prettig bij. De ILT-inspecteur ging met haar verhaal "aan de haal", staat in het tweede proces-verbaal. Overigens werkten de twee eerder genoemde kapotte stints weer helemaal. De agent die het proces-verbaal afneemt, licht de ILT hier op 1 oktober over in.

Minister wist niets van gebrekkige verklaring

Van Nieuwenhuizen laat de Tweede Kamer op 31 oktober per brief weten dat zij wel op de hoogte was van een aanvullende verklaring, maar dat zij niet wist wat daar in stond. Daar komt ze naar eigen zeggen pas op 31 oktober achter.

Overigens doet de inhoud niets af van haar besluit, schrijft de bewindsvrouw. "Ook nu ik het nieuwe proces-verbaal ken, blijven voor mij de twijfels rondom de veiligheid van de stint overeind."

De rechtbank geeft Van Nieuwenhuizen wat dat betreft gelijk. Er was een kort geding aangespannen door een gastouderopvang in Almere om het tijdelijke verbod terug te draaien, maar er waren volgens de rechter genoeg aanwijzingen die een onderzoek naar de stint en daarmee ook een schorsing van het gebruik van de stint op de weg rechtvaardigen.

Staatssecretaris lichtte de minister in

Toch brengt RTL Nieuws de minister opnieuw in verlegenheid. De bewindsvrouw was volgens de nieuwszender eerder dan 31 oktober op de hoogte van de aanvullende verklaring. Haar eigen staatssecretaris op het ministerie, Stientje van Veldhoven, wist op 30 september al dat de ILT met de eerste verklaring van de medewerker van het kinderdagverblijf "aan de haal" was gegaan.

De staatssecretaris lichtte haar minister hier mondeling over in, nog voordat de stint op 1 oktober tijdelijk verboden werd. De hoogste ambtenaar van het ministerie werd hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Een woordvoerder van Van Veldhoven bevestigt deze gang van zaken.

Momenteel onderzoekt TNO of de stint definitief verboden wordt. Van Nieuwenhuizen verwacht dat dat onderzoek aan het einde van dit jaar is afgerond, pas dan zal ze zich beraden op volgende stappen.

Vooralsnog moet ze zich vooral voorbereiden op een pittig debat.