De afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door, maakte premier Mark Rutte maandag bekend na het coalitieoverleg. Het kabinet en de coalitiepartijen hebben de maatregel heroverwogen en besloten de meest omstreden afspraak uit het regeerakkoord nu definitief terug te draaien.

"Feit is dat het draagvlak voor deze maatregel beperkt was", aldus Rutte.

De premier zei dat de door dit besluit vrijgekomen 2 miljard euro zal worden geïnvesteerd in het bedrijfsleven en het verbeteren van het vestigingsklimaat. Zowel de hoge als de lage vennootschapsbelasting gaat verder omlaag dan eerder is aangekondigd in het regeerakkoord. Ook de werkgeverslasten op arbeid gaan verder omlaag. Daar trekt het kabinet jaarlijks 200 miljoen euro voor uit, staat in de Kamerbrief die het kabinet maandagavond verstuurde.

De afschaffing stond sinds begin deze maand op de tocht, toen Unilever bekendmaakte de voorgenomen verhuizing van het hoofdkantoor van Londen naar Rotterdam toch niet door te zetten. Het besluit van Unilever was volgens premier Rutte "relevant" voor het opnieuw wegen van de omstreden maatregel.

De premier heeft de omstreden maatregel altijd ferm verdedigd met het argument dat het goed zou zijn voor het vestigingsklimaat en voor werkgelegenheid zou zorgen.

Juist een bedrijf als Unilever zou volgens Rutte daarom kiezen voor Nederland als thuisbasis. Nu opereert het bedrijf ook nog vanuit het Verenigd Koninkrijk. De maatregel zou ook andere bedrijven hiernaartoe moeten trekken. Door de dividendbelasting niet af te schaffen, neem je "een onaanvaardbaar risico", zei Rutte.

Kras op Ruttes reputatie

De afschaffing - die de staatskas jaarlijks 2 miljard euro zou kosten - stond in geen enkel verkiezingsprogramma, maar belandde op voorspraak van de VVD toch in het regeerakkoord. Alleen het CDA steunde de premier openlijk. D66 en CU benadrukten geen voorstander te zijn van het plan, maar zeiden zich wel aan het regeerakkoord te willen houden. De gehele oppositie was fel tegen het plan.

Argumenten om de dividendbelasting af te schaffen, misten wetenschappelijke onderbouwing, erkenden ook kabinets- en coalitieleden. VVD-leider Klaas Dijkhoff had het over "een gok". Staatssecretaris Menno Snel van Financiën zei dat er academisch gezien geen overtuigend argument bestaat. "Dat is er gewoon niet", aldus Snel. De oppositie verweet de premier "cadeautjes voor multinationals" uit te delen.

Desalniettemin gooide Rutte de afgelopen maanden al zijn politiek kapitaal in de strijd om ervoor te zorgen dat de afschaffing toch doorging. Dat de aandeelhouders van Unilever er toch niet voor hebben gekozen om het hoofdkantoor te verhuizen, kwam bij de minister-president dan ook hard aan.

Rutte maakte zich niet druk om de vraag of hij nu een kras op zijn reputatie heeft. "Mijn baan is het verzamelen van krassen, maar ook om de noodzakelijke dingen te doen voor Nederland", aldus Rutte.

Oppositie is blij, maar nog niet tevreden

Oppositiepartijen in de Tweede Kamer reageerden positief op het besluit, maar zijn nog niet tevreden. Hoewel GroenLinks-leider Jesse Klaver spreekt van "een overwinning", laat hij het er niet bij zitten. "Dit geld gaat niet naar het klimaat. Niet naar de publieke sector. Maar naar het grote bedrijfsleven", twittert hij.

Ook de PVV, SP en PvdA vinden dat het geld "naar de burger" moet door bijvoorbeeld de verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent terug te draaien.

Het kabinet lijkt geen gehoor te geven aan de wensen van de oppositie. Rutte benadrukte maandag dat het kabinet al 6 miljard euro extra in de publieke sector investeert. Daarnaast voert het kabinet een lastenverlichting voor burgers door. Ook is er recent een cao afgesloten voor personeel in het primair onderwijs en ligt er een onderhandelaarsakkoord voor de politie.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!