De Tweede Kamer neemt dinsdag afscheid van D66-leider Alexander Pechtold. Vijf hoogtepunten van de man die de partij na een virtuele dood in de peilingen weer tot een partij in het centrum van de politiek maakte.

Zetelverlies luidt begin van comeback in

In 2006 was D66 op sterven na dood. Na een reeks politieke nederlagen zakte de partij naar een absoluut dieptepunt in de peilingen: nul zetels. Dat kwam onder meer doordat de partij ondanks regeringsdeelname geen democratische vernieuwingen gerealiseerd kreeg.

De bekende anekdote luidt dat D66 er zo slecht voorstond, dat er op het partijbureau niet eens meer haatmails binnenkwamen. Nadat Pechtold in datzelfde jaar werd gekozen als lijsttrekker, begon de partij aan een comeback. Het aantal zetels van D66 halveerde weliswaar van zes naar drie, maar oprichter Hans van Mierlo zag dat anders. D66 had volgens hem niet drie zetels verloren, maar drie zetels gewonnen.

'Zal ik er een nietje doorheen slaan?'

In zijn periode als partijleider en fractievoorzitter onderscheidde Pechtold zich in de loop van de jaren als een scherpe, geestige en ad remme debater. Zo schreef hij een interruptie achter zijn naam die de inmiddels tot een van de grootste debatklassiekers is verheven. Dat gebeurde toen hij in 2009 de toenmalige CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel aan de tand voelde.

Met een stapel rapporten onder zijn arm, confronteerde Pechtold de CDA'er met alle onderzoeken die het kabinet had uitgevoerd en vroeg hij wanneer Balkenende II nu eindelijk eens ging regeren. Op het antwoord van Van Geel dat de stapel papieren onder Pechtolds arm "in samenhang" gelezen moesten worden, schoot de D66'er terug: "Zal ik er een nietje doorheen slaan?"

Ook onderscheidde Pechtold zich van de andere progressieve partijleiders door als een van de weinigen weerwoord te bieden tegen de anti-islamuitspraken van PVV-leider Geert Wilders.

Rol van gedoger lijkt Pechtold op het lijf geschreven

In 2012 boekte D66 met twaalf zetels opnieuw winst, maar niet genoeg om te regeren. VVD en PvdA vormden samen het kabinet-Rutte III en Pechtold leek opnieuw veroordeeld tot de oppositie.

Ditmaal kreeg zijn partij echter een andere rol. D66 en de ideologische tegenpolen ChristenUnie en SGP waren de drie constructieve oppositiepartijen die het kabinet-Rutte II in de Eerste Kamer gedoogden. Een rol die Pechtold op het lijf leek geschreven: akkoorden sluiten om vanuit de oppositie toch aan de knoppen te draaien. D66 kon vervolgens pronken met bijvoorbeeld meer geld voor onderwijs, terwijl de coalitiepartijen de vervelende maatregelen mochten verdedigen.

Pechtold vindt steun voor aankoop Rembrandts

Een persoonlijk hoogtepunt voor Pechtold zal zonder twijfel de aankoop van Rembrandts Marten en Oopjen zijn geweest. In 2015 hoorde Pechtold over het voornemen van het Rijksmuseum om de twee werken van Rembrandt aan te schaffen. Het museum moest echter nog zoeken naar hoe de benodigde 160 miljoen euro bij elkaar gesprokkeld kon worden.

Voor Pechtold - afgestudeerd kunsthistoricus en vóór zijn politieke carrière werkzaam als veilingmeester - was dat het sein om politiek draagvlak te creëren voor financiële steun voor de aankoop van de Nederlandse meesterwerken. Uiteindelijk kochten Frankrijk en Nederland elk één van de schilderijen, ieder voor 80 miljoen euro. De schilderijen bleven zo uit handen van Arabische en Chinese miljardairs.

Pechtold brengt D66 terug in centrum van de macht

De cirkel was voor Pechtold rond toen hij na de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 zijn laatste politieke hoogtepunt beleefde: D66 boekte haar op een na grootste verkiezingsoverwinning ooit. Nadat Pechtold partijleider was geworden, boekte de partij de ene na de andere verkiezingsoverwinning op rij, met de negentien zetels in maart 2017 als hoogtepunt.

Dat was bij lange na niet genoeg om in de buurt van het premierschap te komen, maar wel genoeg om D66 na twaalf jaar weer terug te krijgen in het centrum van de politieke macht: het kabinet.

Afgelopen zaterdag, bij de aankondiging van zijn afscheid, zei Pechtold dat het mooi was geweest. "Na 12,5 jaar maak ik als partijleider de balans op en concludeer ik: ik heb alles gegeven, we hebben er alles uitgehaald, het is tijd voor nieuw leiderschap."