Prijsonderhandelingen tussen de overheid en farmaceutische bedrijven hebben de kosten voor dure nieuwe medicijnen vorig jaar met 132 miljoen euro gedrukt, laat minister Bruno Bruins (Medische Zorg) woensdag aan de Tweede Kamer weten.

Bruins schrijft dat de betreffende geneesmiddelen in 2017 samen 457 miljoen euro hadden gekost als de vraagprijs van de fabrikanten was betaald. Door te onderhandelen, ging er 29 procent van dat bedrag af.

Dit soort afspraken met farmaceuten kan alleen achter gesloten deuren worden gemaakt, tot ongenoegen van de minister. "Het liefst zou ik precies vertellen wat we uiteindelijk voor elk middel betalen. Maar als ik dat doe, leert de ervaring, stelt de farmaceut het middel niet meer beschikbaar."

Bruins zegt dat hij bij toekomstige onderhandelingen zal blijven hameren op openbaarmaking.

Kabinet voert sinds 2013 onderhandelingen

Sinds 2013 onderhandelt de overheid over de prijzen van kostbare nieuwe medicijnen. Sindsdien zijn over de prijzen van 32 medicijnen akkoorden gesloten. Daarmee is in totaal al circa 320 miljoen euro bespaard, aldus het ministerie van Volksgezondheid.

Een van de medicijnen waar vorig jaar uitgebreid over werd onderhandeld, was Orkambi. Dit is een middel dat aanslaat bij een deel van de patiënten met cystic fibrosis (taaislijmziekte). De fabrikant vroeg daar oorspronkelijk 170.000 euro per patiënt per jaar voor. De overheid vond echter dat deze prijs niet in verhouding stond tot de effectiviteit van het middel.

Bruins' voorganger Edith Schippers sloot er aan het einde van haar termijn als minister alsnog een akkoord over, ook weer zonder dat de uiteindelijke prijs werd bekendgemaakt.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!