Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat er een extern en onafhankelijk onderzoek komt naar de steun die Nederland heeft verleend aan verschillende gewapende groepen Syrische rebellen. 

VVD, CDA, D66, CU, GroenLinks, PvdA en SGP willen dat de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) het onderzoek gaan uitvoeren. 

Het onderzoek moet zich richten op de steun in Syrië, maar moet ook leiden tot een nieuwe procedure met strengere regels voor het steunen van gewapende groeperingen in het buitenland. 

De Tweede Kamer debatteerde dinsdagavond met minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) over een programma dat Nederland in 2015 is gestart. Daarbij zijn Syrische rebellen die streden tegen het regime van president Bashar Al Assad van zogenoemde niet-letale steun voorzien.

In het debat stonden drie vragen centraal: is de selectie van strijdgroepen correct verlopen, is de controle op de steun adequaat geweest en past de steun binnen de kaders van het volkenrecht? Ook vroegen Kamerleden om mogelijkheden om dergelijke programma's beter te kunnen controleren. 

'Kamer staat met bestaand beleid buitenspel'

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind zei dat de Kamer met het huidige beleid "buitenspel staat". "We kregen geen inzage in wat voor hulp er is gegeven en waar de hulp naartoe ging", zei hij. Sadet Karabulut (SP) vindt ook dat Kamerleden er te weinig zicht op hadden. "We konden niet controleren of de steun aan de voorwaarden voldeed", aldus Karabulut. D66'er Sjoerd Sjoerdsma: "Dit moet in de toekomst anders."

Hoewel de uitvoering van de steun die Nederland heeft verleend "beter had gekund", vindt Blok niet dat er "onredelijk veel is misgegaan". Hij is het wel met de Kamer eens dat de beoordeling van de geselecteerde groepen en controle "scherper" kon. Tegelijkertijd verwierp hij de suggestie dat Nederland met de steun op grote schaal terroristische organisaties heeft gesteund die massaal mensenrechten hebben geschonden.

Blok stelde voor om voortaan steun aan dergelijke groeperingen intensiever te behandelen in de Tweede Kamer. Hij is het met de Kamer eens dat dit in het vervolg "systematischer moet worden getoetst" en dat de volkenrechtelijke toets kan worden verbeterd.

Onthullingen door Nieuwsuur en Trouw 

De problemen met het steunprogramma kwamen in een reeks onthullende reportages van Nieuwsuur en Trouw aan het licht. Die toonden aan hoe Nederland zich via het programma op de grond heeft gemengd in het gewapende conflict in Syrië.

Zo werd bekend dat Nederland tussen de zomer van 2015 en het najaar van 2018 steun heeft verleend aan 22 strijdende groeperingen in Syrië, die door het kabinet als "gematigd" zijn bestempeld. Zij kregen geen wapens, maar zogenoemde Non-Lethal Aid (NLA) in de vorm van pick-uptrucks, uniformen en laptops. De totale kosten kwamen uit op 25 miljoen euro.

In 2015 stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met de steun, maar wel met als voorwaarde dat de goederen niet in handen van de verkeerde groepen zouden vallen. De 22 organisaties zouden zich bovendien moeten houden aan het oorlogsrecht, mensenrechten en mochten niet samenwerken met extremisten.

Selectie en controle door Nederland

Het kabinet beloofde daarnaast zelf de groepen te selecteren en te controleren of zij zich aan de voorwaarden hielden. Uit de publicaties van Nieuwsuur en Trouw is echter gebleken dat de steun aan in ieder geval twee van de gesteunde groeperingen problematisch is. Het gaat om steun aan de Sultan Murad Brigade die het oorlogsrecht zou hebben geschonden en Jabhat Al Shamiya.

In het geval van de laatste groep is het Openbaar Ministerie (OM) overgegaan tot vervolging van een Nederlandse man die zich had aangesloten bij Jabhat Al Shamiya, een beweging die door justitie "niet anders te kwalificeren is als een criminele organisatie met terroristisch oogmerk".

Dat staat haaks op de belofte van het kabinet dat strijdgroepen alleen in aanmerking konden komen voor het NLA-programma, als ze zich zouden houden aan het humanitair oorlogsrecht en geen banden hebben met extremisten. Maandag werd ook nog eens bekend dat een deel van de goederen is terechtgekomen bij Jabhat Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaeda.

Blok moest in het debat toegeven dat Nederland niet alle groepen zelf geselecteerd en gecontroleerd heeft. Hij kon uit veiligheidsoverwegingen niet concreet ingaan op de vraag welke groepen zijn gesteund. Maar de minister voegde daaraan toe dat hij niet kon uitsluiten dat de hulp is terechtgekomen bij groeperingen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen.

Vragen over volkenrechtelijk kader

Ook vroegen Kamerleden zich af of de steun past binnen de kaders van het volkenrecht. Zo twijfelen het CDA en D66 eraan of de pick-uptrucks wel geleverd hadden mogen worden. De trucks beschikten over een ophangsysteem waar machinegeweren aan gemonteerd konden worden.

Om antwoord op deze vragen te krijgen, beschikt het kabinet over een onafhankelijke extern volkenrechtelijk adviseur. Deze adviseur kan het kabinet juist over dit soort lastige kwesties adviseren, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft deze adviseur in deze zaak niet geraadpleegd.

In plaats daarvan is gebruikgemaakt van het advies van interne volkenrechtelijk adviseurs. De extern volkenrechtelijk adviseur André Nollkaemper heeft vorige week alsnog een advies gegeven. Tegen Nieuwsuur en Trouw zei hij dat Nederland met het leveren van de goederen te ver is gegaan. De steun zou volgens Nollkaemper zelfs op gespannen voet staan met het volkenrecht.

'Leveringen niet in strijd met volkenrecht'

Volgens Blok zijn de leveringen niet in strijd geweest met het volkenrecht, omdat het niet zou gaan om letale goederen. Hij wees de Kamer erop dat is afgesproken dat er geen machinegeweren op de trucks gemonteerd mochten worden. Ook zou de steun niet als doel hebben gehad om Al Assad omver te werpen. Dat is voor het kabinet van belang om binnen de regels van het internationaal recht te blijven. 

Pieter Omtzigt (CDA) verweet de minister te leven in een "papieren werkelijkheid". Hij wees onder andere op uitspraken van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, die meerdere malen het kabinetsstandpunt innam dat er voor Al Assad geen ruimte is in Syrië.

Aan het eind van het debat zegde de SP het vertrouwen in de minister op. De motie van wantrouwen werd gesteund door PVV, PvdD, DENK en FvD, maar werd verworpen.