De Tweede Kamer debatteert dinsdag met minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) over de steun die Nederland heeft verleend aan verschillende groepen Syrische rebellen. Tenminste één van deze groepen wordt door het Openbaar Ministerie (OM) omschreven als een "criminele organisatie met een terroristisch oogmerk". Voor de tweede keer in korte tijd wacht Blok een zwaar debat in de Kamer.

Waar de VVD-minister vorige maand nog het vertrouwen van een deel van de Kamer verloor door zijn eigen omstreden uitspraken over de multiculturele samenleving, staat hij dinsdagmiddag in de Kamer om het beleid van zijn voorganger Bert Koenders (PvdA) te verdedigen.

Waar gaat het over?

In een reeks onthullende reportages hebben Nieuwsuur en Trouw in de afgelopen weken laten zien hoe Nederland zich op de grond heeft gemengd in het gewapende conflict in Syrië.

Zo werd bekend dat Nederland tussen de zomer van 2015 en het najaar van 2018 steun heeft verleend aan 22 strijdende groeperingen in Syrië, die door het kabinet als "gematigd" zijn bestempeld. Zij kregen geen wapens, maar zogenoemde 'Non-Lethal Aid' (NLA) in de vorm van pick-uptrucks, uniformen en laptops. De totale kosten kwamen uit op 25 miljoen euro. Het kabinet beëindigde de hulp dit voorjaar, omdat de oppositie in de Syrische burgeroorlog zo goed als verslagen is.

Aan welke organisaties het kabinet steun heeft verleend, is geheim en blijft geheim. Uit onderzoek van Nieuwsuur en Trouw is echter gebleken dat het gaat om onder meer Jabhat Al Shamiya en de Sultan Murad Brigade. Dat brengt het ministerie in een lastig parket.

Het OM is namelijk overgegaan tot vervolging van een Nederlandse man die zich had aangesloten bij Jabhat Al Shamiya, een beweging die door justitie "niet anders te kwalificeren is als een criminele organisatie met terroristisch oogmerk". De Sultan Murad Brigade, die onder andere pick-uptrucks en uniforms ontving, zou kindsoldaten hebben gerekruteerd en het oorlogsrecht hebben geschonden bij aanvallen op de Koerdische woonwijk Sheikh Maqsoud.

Dat staat haaks op de belofte van het kabinet dat strijdgroepen alleen in aanmerking konden komen voor het NLA-programma, als ze zich zouden houden aan het humanitair oorlogsrecht en geen banden hebben met extremisten. 

Maandag maakten Trouw en Nieuwsuur bekend dat een deel van de goederen is terechtgekomen bij Jabhat Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaeda. Omdat de Tweede Kamer het kabinet meerdere malen heeft gewaarschuwd dat de steun niet in verkeerde handen mocht vallen, heeft minister Blok een hoop uit te leggen. En dit keer niet alleen aan de oppositie, want ook coalitiepartijen CDA en CU willen opheldering. 

Wat kunnen we in het debat verwachten?

De vraag is of we dinsdag tijdens het debat ook echt antwoord op alle vragen zullen krijgen. Omdat het hele NLA-programma "uit veiligheidsoverwegingen" tot staatsgeheim is verklaard, zal bijvoorbeeld niet openbaar worden gemaakt welke 22 groepen steun hebben ontvangen.

De Kamerleden zijn er wel vertrouwelijk over geïnformeerd, maar mogen er in de openbaarheid niet over praten. Het kabinet schreef eerder in Kamerbrieven overigens dat de Kamer gedurende het steunprogramma meerdere malen vertrouwelijk is geïnformeerd. Ook die informatie kunnen de Kamerleden dinsdag tijdens het debat niet gebruiken.

Wat het kabinet wel kon verzekeren, is dat er in de 22 groepen geen rebellen zitten die op de terreurlijsten van de Verenigde Naties en de Europese Unie voorkomen. Jabhat Al Shamiya staat bijvoorbeeld niet op deze lijsten.

Maar daar komt Blok niet mee weg. Waar hij opheldering over moet geven, is hoe de selectie van de groepen tot stand is gekomen, hoe er gedurende de periode van steun toezicht is gehouden en of het NLA-programma binnen de kaders van het volkenrecht paste.

Welke fouten zijn er gemaakt?

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft weliswaar ingestemd met het NLA-programma, maar wel met als voorwaarde dat de organisaties zich onder meer aan het humanitair oorlogsrecht moeten houden en geen banden met extremistische groeperingen onderhouden.

Ook zou Nederland zelf de groeperingen selecteren die voor steun in aanmerking zouden komen. Daarnaast zou Nederland ook controleren of de steungoederen wel in de juiste handen terechtkwamen en of de verschillende groeperingen geen mensenrechten schenden.

Hierover heeft Blok voor het weekend nog gezegd dat het toezicht op de gesteunde rebellen strakker had gekund. Uit een intern onderzoek bij Buitenlandse Zaken is gebleken dat het gebrek aan eigen analyses de controle op de gesteunde rebellen kwetsbaar heeft gemaakt.

Vooral in crisisgebieden zijn de risico's groot "dat geld in verkeerde handen valt, dat potentiële mensenrechtenschendingen moeilijk te detecteren zijn, of dat incidenten niet goed gemeld worden", aldus de inspectie. De vraag die beantwoord zal moeten worden, is of Nederland niet boven zijn gewicht heeft gebokst en hoe hier lering uit moet worden getrokken.

Daarnaast is er nog het volkenrechtelijk aspect, namelijk de vraag of de niet-letale steun aan de rebellen strookt met de internationale afspraken. Om hier zeker van te zijn, beschikt het kabinet over een onafhankelijke extern volkenrechtelijk adviseur. Deze adviseur kan het kabinet juist over dit soort lastige kwesties adviseren, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de adviseur in deze zaak niet geraadpleegd.

In plaats daarvan is gebruikgemaakt van het advies van interne volkenrechtelijk adviseurs. De extern volkenrechtelijk adviseur André Nollkaemper heeft vorige week alsnog advies gegeven. Tegen Nieuwsuur en Trouw zei hij dat Nederland met het leveren van de goederen te ver is gegaan. De steun zou volgens Nollkaemper zelfs op gespannen voet staan met het volkenrecht. 

Minister Blok zal de Kamer moeten uitleggen waarom het ministerie de extern volkenrechtelijk adviseur niet heeft geraadpleegd. Ook zal hij moeten kunnen verklaren waarom de adviezen van de interne adviseurs niet openbaar kunnen worden gemaakt. 

Het debat begint dinsdagmiddag rond 16.00 uur.