Het kabinet is volgens minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) niet van plan om mensen die een wapenvergunning aanvragen naar hun etnische afkomst, ras, religie en politieke overtuigingen te vragen.

Grapperhaus gaat daarmee in op verschillende reacties op een wetsvoorstel. Daarin zou staan dat de politie in de toekomst bij de aanvraag voor een wapenvergunning ook kan vragen naar privacygevoelige zaken zoals ras, etnische afkomst, religie en politieke overtuiging.

De minister stelt dat de politie bij de beoordeling van een aanvraag de gangen van de aanvrager nagaat. Bij zo'n onderzoek kan de politie relevante informatie tegenkomen, waaruit bepaalde dingen af te leiden zijn.

"Bijvoorbeeld, als in een politiedossier staat dat iemand diverse keren heeft geuit fanatiek aanhanger van de jihad te zijn, dan is dat een relevante omstandigheid", aldus Grapperhaus. "Daaruit kan je indirect afleiden dat iemand moslim is."

Volgens het ministerie is het wetsartikel waarover ophef is ontstaan alleen bedoeld om relevante informatie te kunnen verwerken, ook als daaruit dus iets blijkt over iemands etnische afkomst of religieuze overtuiging.

Nieuwe Europese richtlijn na aanslagen

Aanleiding voor de wetswijziging is een aangepaste Europese richtlijn over de controle op de aankoop en het bezit van wapens. Deze richtlijn is opgesteld in een reactie op in Europa gepleegde aanslagen. Die gaat echter niet zo ver als het wetsvoorstel van Grapperhaus. Maar de tekst maakt geen melding van het registreren van zaken zoals ras, etnische afkomst, religie en politieke overtuiging.

In de richtlijn staan de regels waar EU-lidstaten minimaal aan moeten voldoen. Die hadden op 14 september moeten zijn omgezet in nationale wetgeving, laat een woordvoerder van de Europese Commissie weten.

Het staat lidstaten vrij om strengere regelgeving door te voeren. Het Europese handvest van de grondrechten verbiedt discriminatie op grond van geslacht, religie, ras, politieke opvattingen en etnische of sociale afkomst.