Een beter toezicht op de Nederlandse steun aan Syrische rebellen was op zijn plaats geweest. Dat erkent minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken na onthullingen dat er ook hulp is gevloeid naar islamistische groepen die mensenrechten schonden.

De monitoring was adequaat, maar "nog strakkere monitoring" zou op zijn plaats zijn geweest, aldus Blok in een reactie op bijna vierhonderd kritische vragen uit de Tweede Kamer.

De minister wijst erop dat alle groepen die hulp kregen waren gescreend en beoordeeld door naaste bondgenoten en dat ook bondgenoten steun aan hen verleenden. Ook zouden er duidelijke afspraken over het monitoren zijn gemaakt.

"Uitvoering van programma's in conflictgebieden is altijd moeilijk en met risico's", aldus Blok. Hij wil uit de ervaringen in Syrië lessen trekken voor de toekomst.

Eerder op woensdag meldden Trouw en Nieuwsuur dat de Nederlandse regering wist van de misdaden die de Syrische rebellengroep Jabhat al-Shamiya beging. Het ministerie van Buitenlandse Zaken onderhield in de zomer van 2016 met Amnesty International een e-mailwisseling over dit onderwerp.

Eerder deze maand onthulden deze media dat Nederland de jihadistische beweging Jabhat al-Shamiya heeft gesteund.

Amnesty besprak rapport met ministerie

In een rapport van Amnesty uit juli 2016 beschrijft de mensenrechtenorganisatie misdaden die vijf gewapende oppositiegroepen tussen 2012 en 2016 in Noord-Syrië hebben gepleegd. Een van die groepen is Jabhat al-Shamiya. Amnesty stelt dat de beweging schuldig is aan onder meer executies en ontvoeringen.

Trouw en Nieuwsuur schrijven dat het rapport meerdere keren is voorgelegd aan Buitenlandse Zaken. De organisatie besprak het rapport onder meer met Syrië-gezant Gerard Steeghs en zijn medewerkers op het ministerie.

Amnesty zou toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders hebben gevraagd om landen die Jabhat al-Shamiya op dat moment steunden te verzoeken daarmee te stoppen.

Regering leverde uniformen en trucks

Een jaar later begon Nederland zelf steun aan de groepering te verlenen, ondanks de belofte aan de Kamer dat er geen mensenrechtenschenders zouden worden gesteund. Aan Jabhat al-Shamiya zijn onder meer uniformen en pick-uptrucks geleverd.

Het rapport van Amnesty kwam op 7 juli 2016 ter sprake tijdens een commissievergadering met Kamerleden en Koenders. De toenmalige minister noemde de inhoud van het rapport destijds "verschrikkelijk".

Het kabinet beëindigde de hulp dit voorjaar. Niet omdat de groeperingen niet aan de voorwaarden voldeden, maar omdat de oppositie in de Syrische burgeroorlog zo goed als verslagen is.

Volgende week debatteert de Kamer met minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) over de hulp aan Syrische oppositiegroepen.