De bestemming van de extra miljarden die dit kabinet uittrekt, is volgens de Algemene Rekenkamer in sommige gevallen onvoldoende onderbouwd. Daardoor is het voor de Tweede Kamer niet te controleren waar dat geld naartoe gaat en of het op de juiste wijze wordt besteed.

Dit kabinet heeft in het regeerakkoord uit 2017 afgesproken om voor komend jaar in totaal 8,8 miljard euro meer uit te geven. 

Daarvan heeft inmiddels 4,1 miljard euro een bestemming gekregen in de plannen voor volgend jaar. Zo'n 3,3 miljard is al wel toegekend, maar het is nog niet duidelijk waar het bedrag precies naartoe gaat.

Dit betekent dat er een bedrag van 1,4 miljard euro overblijft dat wel in de kabinetsplannen voor 2019 is vermeld, maar nog niet is toegekend.

Dat is op te maken uit een door de Algemene Rekenkamer gepubliceerd overzicht van negentien maatregelen, goed voor ongeveer de helft van extra beschikbare geld. Dat woensdag verschenen overzicht moet het voor Kamerleden eenvoudiger maken om de extra uitgaven te volgen en te beoordelen.

"Van het toegekende geld is soms onduidelijk wat de plannen met dit extra geld zijn en hoe achteraf kan worden vastgesteld of de beoogde resultaten hiermee zijn bereikt", concludeert de Algemene Rekenkamer. "Deze informatie ontbreekt in een aantal gevallen niet alleen in de begrotingsstukken, maar staat evenmin in brieven of beleidsnota's aan de Kamer."

Ministers moeten met concrete plannen komen

Binnen het kabinet is afgesproken dat een minister eerst met concrete, uitgewerkte plannen moet komen, voordat er geld naartoe gaat. Zo kan beleid vooraf beter worden onderbouwd en de effectiviteit achteraf nauwkeuriger worden beoordeeld.

Met die aanpak is duidelijk hoeveel extra geld een minister wanneer kan uitgeven. Maar de bedragen zijn lastig te traceren in de uitgewerkte begrotingsstukken, schrijft de Algemene Rekenkamer. Het parlement kan juist met het goedkeuren, aanpassen of afkeuren van de begroting invloed uitoefenen op het kabinetsbeleid.

De begroting voor komend jaar die vorige week op Prinsjesdag werd gepubliceerd, wordt de komende maanden per ministerie in de Tweede en Eerste Kamer behandeld.