Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) wilde een kritisch rapport over de zogenoemde 'aftapwet' pas publiceren nadat het referendum hierover was afgerond, blijkt uit overheidsdocumenten die Nieuwsuur heeft opgevraagd.

"Min BZK (de minister red.) heeft besloten dat, nu verzending van het rapport niet meer enige tijd voor het referendum kan plaatsvinden, verzending na het referendum te verkiezen is", aldus een ambtenaar in de door Nieuwsuur bemachtigde documentatie.

Het ministerie stelt in een verklaring dat het uitstel niet te maken had met de timing van het referendum. De onderzoeksresultaten moesten afgestemd worden met buitenlandse inlichtingendiensten, iets dat in het document tevens wordt benoemd.

Die buitenlandse inlichtingendiensten werden op 30 november 2017 al ingelicht over een vroege versie van het onderzoeksrapport, maanden voor het referendum op 21 maart 2018 plaatsvond.

'Onvoldoende om privacy te beschermen'

In het onderzoek concludeerde de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) dat er onvoldoende werd gedaan om privacy te beschermen bij het uitwisselen van gegevens met buitenlandse inlichtingendiensten.

De minister zou de definitieve versie van het rapport volgens Nieuwsuur al op 9 februari in haar bezit hebben gehad. Ze had tot uiterlijk 23 maart om deze naar de Tweede Kamer te sturen. Dat is twee dagen nadat het referendum had plaatsgevonden. Uiteindelijk werd het onderzoek op 28 maart gedeeld.

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), ook wel de 'aftapwet' of 'sleepwet' genoemd, geeft inlichtingendiensten nieuwe bevoegdheden om af te luisteren. Na kritiek op de wet volgde een referendum. Een meerderheid stemde tegen de wet.

Het kabinet beloofde de Wiv op een aantal punten te wijzigen. Zo werd de bewaartermijn van drie jaar veranderd naar één jaar met twee mogelijkheden tot verlenging.