Nu de kritiek op de afschaffing van de dividendbelasting steeds verder aanzwelt, laat ook premier Mark Rutte zich er kritischer over uit. De minister-president heeft de maatregel, die in geen enkel verkiezingsprogramma stond, altijd ferm verdedigd.

"De afschaffing van de dividendbelasting is een bizarre maatregel in zichzelf. Belastingvoordeel geven aan buitenlandse aandeelhouders doet niemand voor zijn lol", zei Rutte maandag na coalitie-overleg, onder andere opgetekend door het Financieele Dagblad (FD).

In de meerdere debatten die inmiddels over de dividendmaatregel zijn gevoerd, stond Rutte altijd onomwonden achter het kabinetsbesluit.

Hij benadrukte keer op keer dat het een onderdeel is van een breder pakket aan maatregelen om het vestigingsklimaat te verbeteren. Hij voelde "tot in zijn diepste vezels" dat het goed zou zijn voor de werkgelegenheid, maar vooral de oppositiepartijen missen de feitelijke onderbouwing voor die bewering.

Ook nu staat Rutte nog wel achter het besluit. Schaf je de belasting niet af, dan loop je het "levensgrote risico" dat bedrijven weggaan en zich elders vestigen waar het fiscale klimaat gunstiger is. "Dat is echt een verarming van dit land", citeert het FD de premier.

Kosten lopen waarschijnlijk op tot 2 miljard euro

Toen de maatregel in oktober vorig jaar in het regeerakkoord werd opgeschreven, gingen de onderhandelaars er nog vanuit dat de kosten 1,4 miljard euro per jaar zouden zijn. Maar omdat de economie aantrekt, stijgen ook de belastinginkomsten.

Het bedrag, waar vooral buitenlandse aandeelhouders in Nederlandse bedrijven en buitenlandse overheden van profiteren, valt om die reden al 200 miljoen euro hoger uit. Er wordt zelfs al gesproken dat de misgelopen inkomsten oplopen tot 2 miljard euro per jaar, al wordt dat bedrag niet bevestigd door het kabinet.

Het afschaffen van de dividendtaks staat gepland voor 2020, maar de wet die dat moet regelen wordt al opgenomen in het Belastingplan voor volgend jaar. Op Prinsjesdag (18 september) wordt definitief duidelijk wat het de overheid gaat kosten.

Deze week beginnen begrotingsgesprekken

Deze week beginnen de onderhandelingen voor de begroting voor 2019 die op Prinsjesdag wordt gepubliceerd. Er moet worden gezocht naar een oplossing voor de alsmaar stijgende misgelopen inkomsten.

Staatssecretaris van Financiën Menno Snel hield zich afgelopen vrijdag nog op de vlakte over hoe eventuele tegenvallers op de begroting worden opgevuld. Wel erkende hij dat als het economisch goed gaat de opbrengsten van de dividendbelasting ook stijgen. "Als er afwijkingen zijn, moeten we die gladstrijken", zei Snel.

Daarbij houdt de bewindsman zich strikt aan de begrotingsregels waarbij tegenvallende inkomsten niet gecompenseerd mogen worden met eventuele financiële meevallers. Die regels zorgen er ook voor dat tegenvallers, zoals die van de dividendbelasting, niet gelijk leiden tot bezuinigingen.

Kabinet kan in ieder geval rekenen op 150 miljoen euro

Het kabinet kan volgend jaar in ieder geval rekenen op 150 miljoen euro aan extra inkomsten omdat het belastingvoordeel voor banken op speciale leningen verdwijnt.

Deze leningen, die voluit contingent convertibles (coco's) heten, verliezen hun waarde zodra het eigen vermogen van een bank onder een bepaald minimum komt. Banken kunnen zo hun buffers aanpassen om schokken in financiële markten op te vangen.

De rente op die leningen zijn voor banken aftrekbaar, maar daar zette de Europese Commissie vraagtekens bij vanwege mogelijke staatssteun aan de financiële sector.

Maar daarmee is het gat nog niet gedicht. Er wordt gesuggereerd dat het kabinet zich daarvoor wendt tot het bedrijfsleven.