Bouw van windmolens op land loopt vertraging op

De bouw van verscheidene windmolenparken op land ligt achter op schema. Door de vertraging voldoet de totale capaciteit in 2020 nog niet aan de afspraken uit het Energieakkoord dat vijf jaar geleden werd gesloten.

Dat schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) aan de Tweede Kamer.

In 2013 is afgesproken dat windparken op land in 2020 een totale capaciteit moeten hebben van 6.000 megawatt. Dat gaat door de opgelopen achterstand niet lukken. Wiebes laat weten dat hij de zorgen deelt die daarover leven bij sommige partijen in het Energieakkoord. Hij verzekert evenwel dat alle betrokken bedrijven en organisaties zich onverminderd inzetten.

Na 2020 wordt volgens de bewindsman een inhaalslag gemaakt met de vertraagde projecten. Die zorgt ervoor dat de beschikbare capaciteit in 2023 met 6.900 megawatt juist groter zal zijn dan in de oorspronkelijke plannen.

Subsidie

Wiebes maakte ook bekend dat dit najaar weer 6 miljard euro aan subsidie beschikbaar komt voor projecten voor de opwekking van duurzame energie. Met dat geld kunnen windparken, zonneparken, biomassa-installaties, waterkrachtcentrales en geothermieprojecten rendabel worden gemaakt.

De stimuleringsregeling voor duurzame energie is bedoeld om de doelstellingen uit het Energieakkoord dichterbij te brengen. Afgesproken is dat in 2020 duurzame energie goed is voor 14 procent van het totale verbruik.

Dinsdag pleitten de partijen die de hoofdlijnen van het klimaatakkoord hebben opgesteld voor een vervijfvoudiging van dat aandeel tot 70 procent in de jaren tot 2030.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!

Lees meer over:
Tip de redactie