De rechtbank kan niet ingrijpen als de regering het raadgevend referendum wil afschaffen, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Den Haag.

De rechtbank wijst de vorderingen van Meer Democratie over het wetsvoorstel waarmee de Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken af. 

Het wetsvoorstel voor de zogenoemde intrekkingswet is nu in behandeling bij de Eerste Kamer. De regering wil niet dat er een referendum over de intrekkingswet wordt gehouden.

Meer Democratie, waarin voorstanders van het referendum zich verenigd hebben, stelde dat de intrekkingswet wel referendabel is en stapte naar de rechtbank. Maar deze vorderingen gaan de taak en bevoegdheid van de rechter te buiten, oordeelt de rechtbank.

Het is aan de regering en de Staten-Generaal om af te wegen of, wanneer en in welke vorm het raadgevend referendum ingetrokken wordt. Dat proces van politieke besluitvorming en afweging van alle betrokken belangen is nu nog gaande.

De rechter mag niet ingrijpen in dat proces door nu al een oordeel over de intrekkingswet te vellen, aldus de rechtbank.

Geschoffeerd

Meer Democratie is teleurgesteld en gefrustreerd en beraadt zich op mogelijke juridische vervolgstappen, laat voorzitter Niesco Dubbelboer woensdag weten. De beweging wil dit in haar ogen "belangrijke democratische recht" overeind houden.

Dubbelboer zegt dat zijn rechtsgevoel "erg is geschoffeerd. We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De Raad van State verklaarde zich eerder al onbevoegd en verwees naar de rechtbank. Maar die geeft nu ook geen inhoudelijk oordeel."

Staatscommissie

De oppositie in de Senaat vroeg minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken dinsdag met de afschaffing te wachten, omdat de rechter zich nog over de klacht van Meer Democratie moest buigen.

De senatoren beklaagden zich over de haast die het kabinet met het afschaffen van de volksraadpleging heeft. Oppositiefracties vroegen de minister ook rekening te houden met het onderzoek van de staatscommissie. Die stelde vorige week in een tussenrapportage dat het referendum, weliswaar correctief en bindend, de democratie kan versterken.

De oppositiefracties vroegen Ollongren op het eindrapport van de commissie te wachten, om daarna te kunnen besluiten hoe het referendum eventueel aangepast moet worden. "Gooi de oude schoenen niet weg voordat u nieuwe hebt gekocht", klonk het eensgezind vanuit de oppositie.

De minister stelde er in een reactie weinig voor te voelen om op een rechterlijke uitspraak over de afschaffing van het raadgevend referendum te wachten. Ook wil zij niet wachten op het advies van de staatscommissie die onder meer onderzoek naar de werking van het referendum doet.

Ze werd gesteund door de coalitiefracties in de Eerste Kamer. De senatoren van de VVD, CDA, D66 en CU toonden zich tevreden met de beantwoording. Daarmee lijkt een meerderheid voor de afschaffing ook in de Eerste Kamer binnen handbereik.

Staatsrechtgeleerden

De oppositie staat niet alleen met haar kritiek. Staatsrechtgeleerden die in maart door de Eerste Kamer voor een informatiebijeenkomst uitgenodigd waren, toonden zich kritisch over de afschaffing. Dat het kabinet de intrekkingswet niet referendabel maakt, is volgens hen "niet fraai, niet hoffelijk en niet genereus".

De experts zijn het erover eens dat de keuze van het kabinet juridisch houdbaar is, maar stellen ook dat het "niet chic" en zelfs "flauw" is.

"Waarom zou je de voorstanders van het referendum de kans ontnemen om een laatste keer een referendum te organiseren?", vroeg Roel Schutgens, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen, zich af. "Waar ben je zo bang voor?"

Kiezersonderzoek

Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Tilburg, pleitte er in de Senaat voor de uitkomsten van het onderzoek van de staatscommissie af te wachten, voordat de Eerste Kamer een besluit neemt.

In het tussenrapport wordt verwezen naar het Nationaal Kiezersonderzoek 2017, waaruit blijkt dat 56 procent van de kiezers voor een referendum is. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) toont een hoger percentage: 69 procent van de kiezers zou voorstander van een referendum zijn.

De senaat stemt volgende week over de afschaffing van het referendum.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!