Achtergrond

Eerste Kamer debatteert over omstreden afschaffing referendum

De Eerste Kamer debatteert dinsdag over de afschaffing van het raadgevend referendum. Het kabinet loodste de afschaffing al door de Tweede Kamer, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het besluit is omstreden.

Hij zou het zelf niet hebben verzonnen om het raadgevend referendum op dit moment af te schaffen, zei VVD-prominent en tevens voorzitter van de staatscommissie Johan Remkes vorige week.

De staatscommissie, die onderzoek doet naar de werking van het parlementair stelsel, ziet het referendum juist als een middel dat de democratie kan versterken.

"Zeker waar het burgers betreft die een grote afstand tot de politiek ervaren, kan het referendum een belangrijk instrument zijn", schrijft de commissie. 

Regeerakkoord

De coalitiepartners VVD, CDA, D66 en CU besloten tijdens formatie echter anders. Het referendum heeft volgens deze partijen niet gebracht "wat ervan werd verwacht", staat in het regeerakkoord. Volgens de partijen leiden raadgevende referenda tot teleurstelling bij de kiezer, omdat het kabinet niet verplicht is de uitkomst over te nemen. 

Het raadgevend referendum, dat in 2015 werd geïntroduceerd, leverde tweemaal een gang naar de stembus op: in 2016 over het EU-associatieverdrag met Oekraïne en in maart van dit jaar over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

De referenda leidden in beide gevallen tot een levendig maatschappelijk debat. Beide keren heeft een meerderheid van de stemmers tegengestemd. In het geval van het associatieverdrag leverde het een bijlage op waarin aan enkele bezwaren van de tegenstemmers is tegemoetgekomen.

De aanpassingen die het kabinet na het Wiv-referendum heeft aangekondigd, hebben volgens Kajsa Ollongren zelfs een betere Wiv opgeleverd. "Je zou kunnen zeggen dat het per saldo een goed resultaat en een betere wet heeft opgeleverd", erkende Ollongren, die als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk is voor de afschaffing van het raadgevend referendum.

Twee andere pogingen om een referendum af te dwingen, zijn mislukt. Zo lukte het 50Plus niet genoeg handtekeningen te verzamelen voor een referendum over de Wet Hillen. En adjunct-hoofdredacteur Bart Nijman van GeenStijl wist niet genoeg handtekeningen op te halen voor een referendum over de nieuwe donorwet.

Kritiek

Voor het kabinet is dat echter geen reden om af te zien van een intrekking van de wet. De intrekkingswet is al met succes door de Tweede Kamer geloodst, maar dat ging niet zonder slag of stoot.

De oppositie was niet te spreken over het traject dat het kabinet heeft gekozen. Zo maakt het kabinet het onmogelijk om een referendum over de afschaffing van het referendum te organiseren.

Daarmee ontneemt het kabinet de kiezer de mogelijkheid om zich over het intrekkingswet uit te spreken. SP-Kamerlid Ronald van Raak omschreef het als "een middelvinger naar de bevolking".

En de oppositie staat niet alleen. Staatsrechtgeleerden die in maart door de Eerste Kamer voor een informatiebijeenkomst waren uitgenodigd, toonden zich kritisch over de afschaffing. Dat het kabinet de intrekkingswet niet referendabel maakt, is volgens hen "niet fraai, niet hoffelijk en niet genereus".

De experts zijn het erover eens dat de keuze van het kabinet juridisch houdbaar is, maar stellen ook dat het "niet chic" en zelfs "flauw" is.

"Waarom zou je de voorstanders van het referendum de kans ontnemen om een laatste keer een referendum te organiseren", vroeg Roel Schutgens, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen zich af. "Waar ben je zo bang voor?"

Bindend referendum

Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Tilburg, pleitte er in de Senaat voor de uitkomsten van het onderzoek van de staatscommissie af te wachten, voordat de Eerste Kamer een besluit neemt.

De commissie kwam vorige week met een tweede tussenrapportage waarin geopperd wordt serieus na te denken over de invoering van een bindend correctief referendum.

Volgens de commissie is een correctief referendum "bij verstandig en terughoudend gebruik niet zozeer een verzwakking, maar veeleer een versterking van de representatieve democratie".

In het tussenrapport wordt verwezen naar het Nationaal Kiezersonderzoek 2017 waaruit blijkt dat 56 procent van de kiezers voor een referendum is. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) toont een hoger percentage: 69 procent van de kiezers is voorstander van een referendum.

Onder welke voorwaarden een correctief referendum moet worden ingesteld, werkt de commissie nader uit in het eindverslag. Dat moet voor het einde van het jaar verschijnen.

Debat

Of de Eerste Kamerleden zich gevoelig tonen voor de kritiek van de staatsrechtgeleerden en andere experts zal dinsdag blijken.

De Eerste Kamer neemt de hele dag om met het kabinet te vergaderen over de afschaffing. Het debat begint om 10.15 uur begint en eindigt rond 23.00 uur.

Er zal nog niet worden gestemd over de intrekkingswet.

Lees meer over:
Tip de redactie