Er komt een gedeeltelijk verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding zoals de boerka, bivakmutsen en integraalhelmen. Zoals verwacht stemde een meerderheid van de Eerste Kamer dinsdag voor het wetsvoorstel van het vorige kabinet.

VVD, PVV en de christelijke partijen CDA, SGP en CU stemden voor. Ook de Partij voor de Dieren, 50plus en de OSF gingen akkoord. PvdA, GroenLinks, SP en D66 stemden tegen.

Het verbod geldt voor het dragen van boerka's, nikabs, bivakmutsen en integraalhelmen in het openbaar vervoer, de zorg, het onderwijs en overheidsgebouwen.

Wie de wet overtreedt, riskeert een boete van 410 euro. Een hoofddoek of een keppeltje vallen niet onder het verbod.

PVV

De wet werd in 2016 al door de Tweede Kamer aangenomen en is afkomstig van het kabinet Rutte II (VVD en PvdA). Maar het was de anti-islampartij PVV die als eerste heeft gepleit voor het algeheel verbod op het dragen van boerka's.

Geert Wilders deed in 2005 al een oproep tot een "boerkaverbod" in de gehele publieke ruimte. Toen de PVV in 2010 in de coalitie zat met de VVD en het CDA was het plan er om het PVV-voorstel uit te voeren. Maar omdat het kabinet Rutte I voortijdig is gevallen, is het er niet van gekomen.

De coalitie van VVD en PvdA die volgde, zwakte het af tot een verbod dat alleen geldt voor een deel van de publieke ruimte.

Als argumentatie voor de wet wordt betoogd dat de gezichtbedekkende kleding de communicatie kan verhinderen en vanwege veiligheidsredenen in sommige gevallen ontoelaatbaar is. Het toenmalige kabinet wilde benadrukken dat de maatregel niets met religie te maken had. Het is "godsdienstneutraal", zei toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA).

Kritiek

Critici van de wet spreken van symboolwetgeving. Onder hen bevinden zich niet alleen de politieke partijen die tegenstemden, maar ook de Raad van State, de onafhankelijke juridisch adviseur van de regering.

In een advies aan het kabinet schrijft de raad dat er in het voorstel weliswaar wordt gesproken over verschillende soorten gezichtsbedekkende kleding, maar dat het verbod het uitvloeisel is van bezwaren die specifiek gericht zijn op "islamitische gezichtsbedekkende kleding".

Ook heeft het kabinet zich te veel laten leiden door "subjectieve onveiligheidsgevoelens" die een verbod niet rechtvaardigen, aldus de raad. De adviseurs erkennen dat de boerka een terugkerend onderwerp is in maatschappelijke en parlementaire discussies, maar stelt dat het "geen groot maatschappelijk probleem betreft".