Thom de Graaf (D66) nieuwe vicepresident Raad van State

Thom de Graaf (D66) wordt de nieuwe vicepresident van de Raad van State. Dat heeft minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) vrijdag bekendgemaakt.

De benoeming was donderdag al een voldongen feit geworden, nadat Jeroen Dijsselbloem was afgevallen als kandidaat. Hij was voor zover bekend de enige andere gegadigde voor de post.

De Graaf volgt Piet Hein Donner (CDA) op, die later dit jaar met pensioen gaat. De Raad van State is een belangrijk adviesorgaan van de regering en tevens de hoogste bestuursrechter. De vicevoorzitter wordt vanwege zijn grote invloed ook wel de 'onderkoning van Nederland’ genoemd. Het is voor het eerst dat een D66’er de post vervult. 

Over De Graafs benoeming was de laatste tijd nogal wat te doen. Binnen de Raad zelf was naar verluidt niet iedereen tevreden met diens kandidatuur. Dat zou voor sommige leden van de Raad reden zijn geweest om Dijsselbloem te benaderen met de vraag zich te kandideren.

Kritiek

De manier waarop de vicepresident (de koning is de president) wordt benoemd, stamt nog uit de negentiende eeuw en is in Den Haag al jaren onderwerp van gesprek. De regering gaat over de benoeming, het parlement komt er niet aan te pas.

In 2011 riep een meerderheid van de Kamer de regering op het parlement een rol te geven in de benoeming. Aan die oproep is nooit gehoor gegeven.

Premier Mark Rutte is dat voor de toekomst ook niet van plan te veranderen, zei hij vrijdag na afloop van de ministerraad. "Sommigen vinden het het beste om niemand meer te benoemen. Maar dan neemt het aantal vacatures toe. De regering moet wel regeren", aldus Rutte.

D66

De premier wilde niet reageren op het gerucht dat D66-leider Alexander Pechtold tijdens de formatie heeft gepolst hoe zijn partijgenoot De Graaf zou vallen bij de andere coalitiepartijen in spe. "Er is tijdens de formatie geen afspraak gemaakt over de benoeming", wilde hij alleen kwijt."

In De Graaf ziet Rutte iemand met brede politieke en bestuurlijk ervaring. "Hij zat in het parlement, was minister, vicepremier, burgemeester [van Nijmegen] en voorzitter van de Vereniging Hogelscholen", somde de premier op.

Daarbij komt zijn juridische achtergrond met kennis van het Nederlands staatsrecht en wetgeving in het algemeen hem goed van pas, denkt de premier.

Ollongren prees De Graaf in soortgelijke bewoordingen. De suggestie dat De Graafs lidmaatschap van D66 een rol heeft gespeeld, wees partijgenoot Ollongren van de hand.

''Dat was uiteraard geen criterium'', zei de minister stellig. Ollongren gaf aan dat er met twee andere kandidaten is gesproken, maar wilde niets kwijt over hun identiteit.

Vernieuwing

De Graaf geldt als een warm pleitbezorger van bestuurlijke vernieuwing. In 2003 kreeg hij de kans om zich daar als minister, zij het zonder portefeuille, sterk voor te gaan maken. Hij slaagde er evenwel in 2005 niet in het wetsvoorstel voor een gekozen burgemeester, een van de 'kroonjuwelen’ van D66, door de Eerste Kamer te loodsen. Daarop besloot De Graaf af te treden. Alexander Pechtold volgde hem op.

Enkele jaren later trad De Graaf in de voetsporen van zijn vader als burgemeester van Nijmegen. Hij zou die post bekleden van 2007 tot 2012. Daarna werd hij voorzitter van de Vereniging Hogescholen. Naast het uitvoeren van zijn reguliere werkzaamheden in de Eerste Kamer vanaf 2011, is De Graaf sinds 2015 ook voorzitter van de D66-fractie.

Tip de redactie