Een bindend correctief referendum zou een middel kunnen zijn om de democratie in Nederland te versterken. Ook zou het goed zijn de formateur rechtstreeks te kiezen en zou de komst van een constitutioneel hof de rechtstaat kunnen versterken. Dat zijn enkele "mogelijke oplossingen" die de staatscommissie donderdag presenteerde.

Johan Remkes, de voorzitter van de commissie die onderzoek doet naar het parlementair stelsel, benadrukte dat het gaat om een tussenrapport, maar voegde daar wel aan toe dat valt op te maken in welke richting de commissie op een aantal belangrijke punten denkt.

Referendum

Dat de commissie voor een bindend referendum pleit, is opmerkelijk. Het kabinet is namelijk in een vergevorderd stadium om het raadgevend referendum af te schaffen. Alleen de Eerste Kamer moet er nog over stemmen.

De coalitiepartijen werden het er in de formatie over eens dat het raadgevend referendum wat hen betreft een teleurstelling is gebleken. Iets waar experts in de Eerste Kamer anders over dachten.

De commissie stelt dat het referendum de kiezer de mogelijkheid biedt om meer directe invloed uit te oefenen. De variant waar de uitslag moet worden overgenomen verdient wat de commissie betreft de voorkeur, omdat een niet-bindende variant voor onduidelijkheid kan zorgen bij de bevolking. 

Constitutioneel hof

De commissie keek ook naar mogelijkheden om de rechtstaat te versterken. Er wordt aangeraden om een constitutioneel hof op te richten dat wetten aan de grondwet toetst. Dat moet voorkomen dat rechters wetten achteraf alsnog moeten toetsen aan internationale verdragen en daardoor op ongewenste wijze "in politiek vaarwater" terechtkomen.

Ook moeten er regels en toezicht komen op politieke campagnes die online gevoerd worden om manipulatie van kiezers te voorkomen en moet er een maximum komen op giften die politieke partijen krijgen. Dit om ongewenste afhankelijkheid van binnen- en buitenlandse geldschieters te voorkomen.

Formateur

Verder denkt de commissie na over mogelijkheden waar de kiezer ook op een formateur kan stemmen. Dit moet de kiezer meer invloed geven op de kabinetsformatie, een probleem waar de commissie in de eerste rapportage nader op inging.

In het huidige parlementaire stelsel is het goed gebruik dat de formateur, die verantwoordelijk is voor de samenstelling van een kabinet, automatisch minister-president wordt. Een directe stem op een gekozen formateur zou daarmee neerkomen op een verkapte vorm van een rechtstreeks gekozen premier.

Hoe dat er in de praktijk uit moet komen te zien, zal de commissie nader uitwerken in de eindrapportage.

Tussenrapportage

De staatscommissie is in februari van 2017 met een evaluatie van het parlementair stelsel in Nederland aan de slag gegaan. In oktober vorig jaar bracht de commissie de eerste tussenrapportage uit. Toen pleitte de commissie voor een snellere en transparantere formatie.

De commissie heeft van de regering de opdracht gekregen "de wenselijkheid van veranderingen in onze democratie" te onderzoeken en heeft tot 2019 de tijd om met die adviezen te komen. Het kabinet is niet verplicht de adviezen over te nemen.

Of Remkes verwacht dat het kabinet en de Kamer iets gaan doen met de aanbevelingen die uiteindelijk in het eindrapport zullen verschijnen, kon hij niet zeggen. "Mij is de gave van koffiedik kijken niet gegeven", aldus Remkes