Het kabinet moet de proeven op apen in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk en andere onderzoekscentra af gaan bouwen. Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap schrijft dat aan de Tweede Kamer.

Als eerste stap wil de minister het aantal dierproeven met apen bij het BPRC met 40 procent verminderen. Ook heeft ze het BPRC gevraagd om per direct te starten met het verkleinen van de kolonie die bestemd is voor dierproeven door geboortebeperking.

De brief van de minister aan de Kamer is een reactie op het deze week verschenen rapport 'Van Aap naar Beter’ dat het Rathenau Instituut maakte in opdracht van de overheid.

''Wij zijn ongelooflijk blij en kunnen niet geloven dat er eindelijk na zo veel jaren een minister is die de eerste stap naar een afbouw daadwerkelijk durft te zetten", zei Rosella d’Angeli, campagneleider van Een Dier Een Vriend, dat al jaren strijdt voor de vrijheid van de apen in testcentra.

Dierproeven

In het BPRC zijn vorig jaar 317 apen gebruikt voor dierproeven. Daarvan hebben 137 dieren de experimenten niet overleefd, vertelde Ronald Bontrop, directeur van het BPRC, eerder dit jaar. Het gaat om een forse stijging ten opzichte van 2016. Toen werden 95 apen ingezet voor medische experimenten.

Volgens Bontrop hangt de stijging samen met de afronding en registratie van een aantal langlopende dierproeven. Hij voorziet dat er dit jaar ''rond de tweehonderd'' apen worden gebruikt voor proeven.

Vorig jaar werden de meeste apen volgens Bontrop gebruikt voor het testen van medicijnen tegen tuberculose en aids. BPRC is, met zo'n vijftienhonderd apen, het grootste apentestcentrum van Europa.