De term 'roekeloosheid' die in rechtszaken wordt gebruikt bij de zwaarste verkeersdelicten, moet uit de Wegenverkeerswet worden geschrapt. 

Dat brengt de Raad voor de rechtspraak naar voren in een advies aan minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, die een wetsvoorstel voor zwaardere straffen voor verkeersdelicten voorbereidt.

In juridisch opzicht betekent roekeloosheid in het verkeer iets heel anders dan in het dagelijkse taalgebruik. En dat verschil leidt tot onbegrip bij de slachtoffers en nabestaanden en in de samenleving, vindt de Raad. "Gedrag dat op mensen al snel overkomt als roekeloos - zoals met een slok op gevaarlijk rijden - is dat in een rechtszaak vaak niet." 

De rechter komt in verkeerszaken slechts in uitzonderlijke, zware gevallen tot het oordeel 'roekeloosheid' vanwege de manier waarop de term in de wet is omschreven. Om een einde te maken aan de onduidelijkheid, is het beter om deze term helemaal uit de wet te halen, stelt de raad.

Het bestuur van de rechters pleit verder voor goede voorlichting aan slachtoffers en nabestaanden in ernstige verkeerszaken. Deze voorlichting zou het Openbaar Ministerie kunnen geven voorafgaand aan het proces. Dan kunnen de betrokkenen zich beter voorbereiden op de behandeling en de manier waarop de rechter tot een oordeel komt.