Minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) heeft afgelopen dinsdag zijn emotie de boventoon laten voeren toen hij in een uitzending van Pauw sprak over kinderen van Nederlandse Syriëgangers die in Noord-Syrië in kampen vastzitten.

Hij had niet de suggestie willen wekken dat wordt onderzocht hoe de kinderen eventueel terug naar Nederland kunnen worden gehaald, zei hij vrijdag voorafgaand aan de ministerraad.

De uitspraken die Grapperhaus dinsdag deed, leidden in Den Haag tot veel ophef. "Ik ben, en dat weet ook de Kinderombudsman, al geruime tijd met de NCTV aan het onderzoeken hoe dat precies ligt en hoe op veilige wijze verwezenlijkt kan worden dat die kinderen kunnen terugkeren", zei hij in de uitzending van Pauw.

De minister benadrukt nu dat hij het had over een specifieke casus van een vrouw die met haar kind in een kamp zit. De rechter in Rotterdam heeft hier vorige maand een uitspraak over gedaan.

Weerspreken

De uitspraken van Grapperhaus leidden ertoe dat premier Mark Rutte en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) minister Grapperhaus moesten weerspreken. Het beleid van het kabinet blijft volgens de premier ongewijzigd. Dat betekent dat Nederland zelf geen Syriëgangers en hun kinderen zal terughalen.

Rutte stelt dat de ouders van kinderen die in kampen in Syrië vastzitten daar zelf voor hebben gekozen. De risico's om ze uit deze kampen op te halen, zijn volgens het kabinet te groot.

Eerder heeft de Kinderombudsman er al voor gepleit om deze kinderen weg te halen. Ook D66 en ChristenUnie willen dit, maar VVD en CDA voelden er niets voor.