Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming komt dinsdag met een wetsvoorstel waarin staat dat zware criminelen niet meer vanzelf na twee derde van hun straf vrij komen. De wet zou moeten gelden voor criminelen met een celstraf van minimaal zes jaar.

Tegen het AD zegt de VVD-minister dat hij de geloofwaardigheid van opgelegde straffen wil vergroten. "Als iemand na een vreselijk misdrijf achttien jaar krijgt, maar na twaalf jaar alweer buitenstaat, dan is dat moeilijk uit te leggen.''

Onder de huidige wet kan iemand die veroordeeld is tot twaalf jaar cel, al na acht jaar vrijkomen. Door het nieuwe voorstel wordt dat tien jaar, omdat de voorwaardelijke invrijheidstelling maximaal nog maar twee jaar mag zijn. Gevangenen die zich tijdens hun straf misdragen, moeten hun hele straftijd uitzitten.

Dekker vindt dat twee jaar genoeg is voor een veroordeeld om te resocialiseren. "Het is niet zo dat wie langer is gestraft ook per se langer de tijd nodig heeft om te re-integreren. Een periode van twee jaar is voor iedereen lang genoeg", zegt de minister tegen de krant.

Advocaten

De Nederlandse Orde van Advocaten gaat het wetsvoorstel bestuderen maar wijst erop dat een rechter bij het bepalen van een straf al rekening houdt met de gebruikelijke korting en de uitwerking daarvan op de netto celstraf.

Bovendien is die korting sinds 2008 niet meer een automatisme zoals vroeger, maar worden er voorwaarden gesteld aan de invrijheidstelling van de veroordeelde. Wat betreft de strafvermindering was de wet dus al strenger geworden, zegt een woordvoerder van de orde.

Het plan kost 13 miljoen euro.