Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met het D66-voorstel om het 
verbod op majesteitsschennis en het beledigen van een bevriend staatshoofd uit het wetboek van strafrecht te schrappen.

Het beledigen van de koning valt voortaan in dezelfde categorie als het beledigen van ambtenaren als politieagenten, ambulancepersoneel of militairen.

Op het beledigen van deze groep staat een iets zwaardere straf van vier maanden cel, dan voor het beledigen van 'normale' burgers, waar een celstraf van drie maanden voor geldt. Op majesteitsschennis staat momenteel nog een straf van maximaal vijf jaar. 

Vrijheid van meningsuiting

D66-Kamerlid Kees Verhoeven wilde er met zijn initiatiefwet voor zorgen dat het beledigen van de koning niet strenger bestraft zou kunnen worden dan het beledigen van anderen.

De zwaardere straf op het beledigen van de koning zou de vrijheid van meningsuiting beperken. De koning zou zich net als alle andere Nederlanders moeten beroepen op de bestaande artikelen tegen smaad, laster een belediging.

Zover gaat het wetsvoorstel echter niet. Om de benodigde steun, van onder andere de VVD, PVV en de PvdA te krijgen, is het voorstel aangepast. "Dienaren van het publieke belang" zouden extra bescherming moeten krijgen, stelde VVD-Kamerlid Sven Koopmans tijdens de wetsbehandeling. 

Daarom is alsnog besloten om de koning in die categorie te plaatsen. 

Denk en de christelijke partijen CDA, ChristenUnie en SGP, zijn tegen het wetsvoorstel. Volgens het CDA tast de wetswijziging de bijzondere positie die het koningschap in het Nederlands parlementair stelsel inneemt aan.

Bevriend staatshoofd

Ook het onderdeel dat het verbod op het beledigen van een bevriend staatshoofd afschaft, kan op voldoende steun in de Kamer rekenen. De afschaffing van het verbod is een reactie op de affaire met de Duitse komiek Jan Böhmermann die de Turkse president Recep Tayyip Erdogan in 2016 onder meer uitmaakte voor 'geitenneuker'.

Erdogan diende vervolgens een aanklacht in op grond van het Duitse verbod op het beledigen van een buitenlands staatshoofd. Het artikel is door de Duitsers uit hun Wetboek van Strafrecht geschrapt, maar het herinnerde de Tweede Kamer eraan dat een dergelijk verbod in Nederland geldt.