Het kabinetsbesluit om het raadgevend referendum af te schaffen is juridisch houdbaar, maar het voornemen om het onmogelijk te maken een referendum over de afschaffing te organiseren is "niet fraai, niet hoffelijk en niet genereus" naar voorstanders van referenda. 

Dat stellen verschillende staatsrechtgeleerden dinsdag tijdens een informatiebijeenkomst in de Eerste Kamer.

De Tweede Kamer stemde onlangs in met de afschaffing van het raadgevend referendum. De Eerste Kamer moet nog een besluit nemen.

De experts stellen dat het kabinet in zijn recht staat om de Wet raadgevend referendum (Wrr) af te schaffen en de intrekkingswet die dat mogelijk moet maken niet referendabel te maken. "Staatsrechtelijk kan dit. Een latere wetgever kan niet gebonden worden door eerdere wetgeving. Die hoeft zich niet gebonden te voelen aan een eerdere wetgever", zegt Solke Munneke, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

"De wetgever is altijd bevoegd eigen wetten in te trekken", vult Roel Schutgens, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen aan. 

'Niet logisch'

Hoewel de staatsrechtgeleerden het erover eens zijn dat het juridisch kan, zijn zij ook van mening dat de door het kabinet gevolgde procedure "niet chique" en zelfs "flauw" is. "Je kunt je afvragen of deze kunstgreep de manier is om om te gaan met je politieke tegenstanders", aldus Schutgens.

Geerten Boogaard, universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden vergelijkt de handelswijze van het kabinet met met iemand die inbreekt in zijn eigen huis: "Het mag, maar logisch is het niet."

De geleerden wijzen de senatoren in de Eerste Kamer erop dat het aan hen is om te oordelen of procedure die het kabinet volgt door de beugel kan. Dat is namelijk een politieke vraag, stellen zij. Schutgens herinnert eraan dat de bedoeling van de Wrr was om de bevolking juist meer democratische zeggenschap te geven. Hij verwijst ook naar de stemming in de Tweede Kamer waar de intrekkingswet er met een nipte meerderheid doorheen kwam. 

Angst

Schutgens snapt niet zo goed waarom de intrekkingswet niet referendabel is gemaakt. "Waarom zou je de voorstanders van het referendum de kans ontnemen om een laatste keer een referendum te organiseren", vraagt hij zich af. "Waar ben je zo bang voor?"

De coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU hebben in het regeerakkoord afgesproken het raadgevend referendum af te schaffen. Volgens de partijen leiden raadgevende referenda tot teleurstelling bij de kiezer, omdat het kabinet niet verplicht is de uitkomst over te nemen. 

Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan Universiteit Tilburg, noemt dat "merkwaardig." Hij stelt dat niet is vastgesteld dat kiezers teleurgesteld zijn of het vertrouwen in de politiek is afgenomen. Hendriks voegt daaraan toe dat op basis van één referendum dergelijke conclusies moeilijk te trekken zijn.  

Lessen

Philip van Praag, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, verwacht juist dat de afschaffing van de wet niet zal bijdragen aan het vertrouwen in de politiek. Hij wijst erop dat onder laagopgeleide kiezers veel steun is voor het referendum.

Hendriks pleit ervoor het onderzoek van de staatscommissie, die onder andere onderzoek doet naar de werking en wenselijkheid van referenda, af te wachten voordat de politiek een besluit neemt over de afschaffing. "Er zijn nog lessen te trekken", zegt hij. 

De Wrr heeft sinds de introductie in 2015 tweemaal geleid tot een referendum: over het associatieverdrag met Oekraïne en onlangs nog over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Beide keren stemde een meerderheid tegen. Na het Oekraïnereferendum werd op voorspraak van het kabinet een addendum aan het verdrag toegevoegd waarin onder andere expliciet stond dat het verdrag geen opmaat naar een EU-lidmaatschap voor Oekraïne was.

Wat het kabinet met de uitkomst van het Wiv-referendum gaat doen, is nog niet bekend. CDA-leider Sybrand Buma zei dat het kabinet een 'nee' hoe dan ook zal negeren en doorgaat met de wet. Verantwoordelijk minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren zei afgelopen vrijdag dat het kabinet de uitslag pas donderdag, nadat de kiesraad de uitkomst heeft bekrachtigd, de uitslag zal wegen.