Gemeenten controleren onvoldoende of ontvangers bijstand aan taaleis voldoen

Nederlandse gemeenten controleren onvoldoende of ontvangers van bijstand voldoen aan de taaleis. In veel gevallen zijn bijstandsontvangers nog niet gecontroleerd op taalniveau.

Dat blijkt uit een evaluatie van de Wet Taaleis in de Participatiewet, zo schrijft staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een Kamerbrief.

Volgens de VVD'er volgen veel gemeenten de wet niet door geregeld geen taaltoets af te nemen. "Het is van belang dat gemeenten dit wel doen", aldus Van Ark. "Dit biedt helderheid voor de bijstandsgerechtigde en geeft de gemeente de mogelijkheid om een verlaging op te leggen indien blijkt dat er verwijtbaar geen voortgang wordt geboekt."

Wie bijstand aanvraagt, moet volgens de wet de Nederlandse taal voldoende beheersen. Het niveau moet dusdanig zijn dat een bijstandsgerechtigde minstens een korte, eenvoudige tekst kan lezen en schrijven.

Als blijkt dat de bijstandsgerechtigde niet aan de taaleis voldoet, dan heeft de gemeente het recht om de uitkering te verlagen. In de eerste zes maanden mag het met 20 procent worden verlaagd, gevolgd door 40 procent in de zes maanden daarop. Na een jaar mag de uitkering worden stopgezet.

Onduidelijkheid

Nu is dus gebleken dat gemeenten amper controleren of de ontvangers van de bijstand voldoen aan de taaleis. Van Ark schrijft dat het aantal mensen dat is gekort op de bijstand zeer beperkt is en dat de controle van voortgang bij gerechtigden die hun Nederlands bijspijkeren beperkt.

De staatssecretaris gaat in gesprek met de Vereniging Nederlandse Gemeenten om afspraken te maken over een betere uitvoering van de wet. "Waar de wet onduidelijk is, wil ik met gemeenten afspraken maken over een heldere uitleg van de wet."

Lees meer over:
Tip de redactie