Een deel van het geld dat universiteiten en hogescholen hadden vrijgemaakt voor de eerste studenten die geen recht meer hadden op een studiebeurs is niet, zoals beloofd, ten goede gekomen aan de kwaliteit van hun onderwijs. 

Slechts van een derde van deze 860 miljoen euro staat vast dat het inderdaad zo is besteed, blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Het hoger onderwijs had beloofd 600 miljoen euro uit te trekken om de pijn te verzachten voor de eerste studenten die onder het leenstelsel vielen.

Die kregen al geen studiebeurs meer, maar profiteerden ook nog niet van het geld dat daardoor op termijn naar het onderwijs zou vloeien. Daarom beloofden de universiteiten en hogescholen het onderwijs vanaf 2015 alvast op eigen kosten te verbeteren.

De onderwijsinstellingen beweerden uiteindelijk zelfs 860 miljoen te hebben uitgegeven. Van bijna een derde van dat bedrag weet de Rekenkamer echter zeker dat het niet goed is terechtgekomen. Van een ander derde is dat nog de vraag.

Te rooskleurig

Het kabinet nam voetstoots aan wat de universiteiten en hogescholen over de besteding van het geld meldden en schetste de Tweede Kamer daardoor een te rooskleurig beeld, stelt de Rekenkamer. Dat gaat in het vervolg anders, verzekert minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs. Volgens het ministerie is er wel degelijk ''substantieel geïnvesteerd'', maar waren de afspraken daarover met instellingen en studenten niet duidelijk genoeg.

De kwestie ligt gevoelig in de Kamer. Voorstanders van de afschaffing van de studiebeurs stelden als voorwaarde dat het geld dat daardoor wordt uitgespaard ten goede moet komen aan het onderwijs.

De Landelijke Studentenvakbond is verbijsterd. ''De Rekenkamer laat zien dat het totaal onduidelijk is of de beloofde miljoenen geïnvesteerd zijn. Universiteiten en hogescholen moeten zich aan de afspraken houden.''

Kwalijk

Studenten mochten meebeslissen over wat er met het geld gebeurt. ''Studenten die de afgelopen jaren zijn begonnen met studeren kregen geen basisbeurs, lopen de collegegeldkorting mis en hebben minder goed onderwijs gekregen dan hun beloofd is. Dat is enorm kwalijk'', aldus de LSVb.

De Vereniging Hogescholen zet vraagtekens bij de criteria die de Algemene Rekenkamer ''achteraf heeft geformuleerd'' om de afspraken tussen de minister en de hogescholen te toetsen. De VH benadrukt dat hogescholen fors hebben geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs door hun reserves ''stevig'' aan te spreken.