Henk van Deún, de lijsttrekker van de PVV bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht, zou "bij wijze van spreken" liever zien dat de ULU-moskee in de wijk Lombok "zou afbranden" dan dat het gebouw het symbool van Utrecht zou worden.

Hij deed de uitspraak tijdens een interview met de lokale Utrechtse zender Bingo FM. Toen de gespreksleider Van Deún aansprak op zijn 'rare opmerking’, nam de lijsttrekker zijn woorden niet terug.

De ULU-moskee kwam ter sprake omdat lijsttrekker Mahmut Sungur van de Utrechtse fractie van DENK ervoor pleitte dat het gebouw net zo’n symbool voor de stad zou moeten worden als de Domtoren.

"Wij zijn tegen alle moskeeën in dit land", stelde de PVV-lijsttrekker. "Wij erkennen de islam niet als godsdienst, maar als ideologie, net als het nazisme. Dat willen wij ook niet in Nederland."

Via Twitter heeft Van Deún alsnog zijn excuses aangeboden voor zijn "onhandige woordkeuze". In een tweet stelde hij dat de PVV moskeeën ook in Utrecht wil sluiten. "Natuurlijk niet dat ze afbranden. Geweld kan en mag nooit."

Haatzaaiende imams

Van Deún ageerde in het radioprogramma verder tegen "haatzaaiende imams die in moskees haatzaaiende dingen zeggen en daarom gesloten moeten worden omdat de openbare orde wordt bedreigd".

Ook later in de uitzending komt de PVV-voorman niet terug op zijn opmerking. "Je mag best op tenen staan", stelt hij."Als je maar binnen de wet blijft. Ik heb niets tegen moslims, laat dat duidelijk zijn."

Zowel de PVV als DENK doen in Utrecht voor de eerste maal mee aan de gemeenteraadsverkiezingen.

PVV Rotterdam

Het is de tweede maal in korte tijd dat een lijsttrekker van een nieuwe PVV-afdeling in opspraak raakt. Lijsttrekker Géza Hegedüs van de PVV Rotterdam werd van de lijst gehaald toen bleek dat hij in podcasts racistische uitspraken had gedaan.

Zo betoogde hij volgens de Volkskrant dat er een "etnostaat van etnische Nederlanders" zou moeten komen en dat Nederlanderschap zou volgens de oud-lijsttrekker alleen nog maar moeten worden overdragen door erfrecht. Volgens Hegedüs was het grootste gevaar in de Nederlandse samenleving niet Turken en Marokkanen maar "negers die met Nederlandse jonge vrouwen thuiskomen".