De militaire missie in Irak en Oost-Syrië blijft nodig, maar verandert snel. De kans is "aanzienlijk" dat de Nederlandse F-16's volgend jaar niet de hele periode in Syrië zullen worden ingezet, aldus minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken). Een meerderheid in de Tweede Kamer zal de verlenging van de missie steunen.

Ongeveer 150 Nederlandse militairen trainen Iraakse en Koerdische troepen in de strijd tegen terreurgroep IS. Verder zullen vanaf volgende maand na een onderbreking van anderhalf jaar weer vier Nederlandse F-16's worden ingezet vanaf een basis in Jordanië. Ook daar gaat meer dan honderd man personeel mee.

De Iraakse premier heeft deze week bij premier Mark Rutte nog "nadrukkelijk aangedrongen" op verlenging van de Nederlandse bijdrage.

IS is bijna volledig teruggedrongen en ondergronds gegaan. De missie richt zich dan ook steeds meer op het in handen houden van het terugveroverd gebied. De F-16's zullen veel minder hun wapens inzetten dan tijdens hun eerdere inzet, aldus minister Ank Bijleveld (Defensie).

Burgerslachtoffers

De F-16's blijven volgens het kabinet nodig omdat ze precisiebombardementen kunnen uitvoeren. Daarmee kan het aantal burgerslachtoffers worden beperkt. In de Kamer blijven zorgen over het aantal burgerslachtoffers dat valt door de internationale coalitie.

Onlangs meldde The New York Times dat het om veel meer slachtoffers gaat dan de coalitie meldt. Bijleveld houdt het op 801 "zekere" burgerdoden door de coalitie. Volgens haar doet Nederland er alles aan om burgerdoden te voorkomen.

Mali 

Eerder deze week stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met een voortzetting van de Nederlandse bijdrage voor de militaire VN-missie in Mali. Ook de Nederlandse bijdrage in Afghanistan wordt verlengd.