Premier Mark Rutte zal Donald Tusk in 2019 niet opvolgen als president van de Europese Unie. Op de vraag of de premier dat uitsloot, was zijn antwoord vrijdag helder: "Ja".

"Mijn ambitie is dit kabinet de komende jaren te mogen leiden", zei Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie.

De minister-president werd eerder deze week als topkandidaat voor de post genoemd door het gezaghebbende medium Politico Europe.    

Rutte zegt ook niet beschikbaar te zijn als het kabinet vroegtijdig valt. "Daar denk ik al helemaal niet over na", antwoordde de premier, die het liefst de rit uitzit tot de Tweede Kamerverkiezingen in 2021. "Zolang het goed gaat, ga je door. Er is geen aanleiding dat dat eerder stopt voor de verkiezingen."

Brexit

Rutte stipte ook een ander onderwerp aan in Europees verband. Want ondanks de  doorbraak die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk bekendmaakte vrijdagochtend over de Brexit-onderhandelingen, waarschuwde hij dat de moeilijkste fase nu pas aanbreekt.

"Het wordt een ingewikkelde fase", zei Rutte. Eerder op de dag bereikten de Britten en de EU een akkoord voor de volgende fase van de Brexit. Er werd overeenstemming bereikt over de rechten van burgers, de financiën en de grens tussen het VK en de EU.

Enerzijds willen de Britten gebruik blijven maken van de interne markt van de EU, maar ze willen niet meer onder alle regelgeving vallen, zoals het vrij verkeer van personen en goederen tussen de lidstaten. Het VK is voor Nederland een belangrijk handelsland, het vertrek uit de EU heeft daarom hoe dan ook gevolgen. Rutte herhaalde dan ook zijn eerdere typering voor de Brexit: "Wij haten het".  

Ondanks zijn afschuw, is Rutte blij met de afronding van deze fase. Er zijn veel onzekerheden weggenomen die anders volgend jaar nog boven de markt hangen. Eind volgende week praten de Europese regeringsleiders met elkaar over de voortgang. In maart 2019 moet de Brexit zijn afgerond. 

Superminister

De premier ging ook in op de voorstellen van de Europese Commissie, verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de EU. Een van de plannen is een Europese minister voor Economische en Financiële Zaken die zeggenschap krijgt over een grote pot met geld. Met die middelen moeten EU-landen geholpen kunnen worden die acuut in de economische problemen komen.  

Daarnaast moet het bestaande noodfonds, waarmee tijdens de eurocrisis onder andere Griekenland en Portugal werden gered, worden omgevormd tot een Europees Monetair Fonds (EMF). Gestoeld op dezelfde ideeën als de internationale variant.

Het EMF is er voor noodleningen en kijkt mee bij hervormingen en bezinigingen. Ook daar moet de nieuwe Europese minister toezicht op houden. Er wordt daarom ook wel gesproken van een 'superminister'. 

Schokken

Rutte wilde de aparte voorstellen niet becommentariëren, maar zei alleen dat er goede voostellen tussen zitten. "Ik wil een sterke eurozone die schokken kan opvangen", zei de premier.

Het kabinet huivert bij het idee dat er een waardeoverdracht plaatsvindt van rijke landen naar lidstaten die er minder goed voorstaan.

Nederland kan met een bescheiden staatsschuld van beneden de 60 procent van het bbp een financiële klap opvangen. Landen met slechtere buffers moeten eerst zelf hervormen en bezuinigen, vindt Rutte. Ook wil hij dat er wordt gekeken naar de mogelijkheid om private partijen te laten bloeden voordat er belastinggeld wordt uitgegeven.

"Wij hebben die voorstellen niet gedaan", zei de premier tot slot. Komend voorjaar worden de Europese plannen verder uitgewerkt. Eind volgende week worden de plannen besproken door de Europese regeringsleiders.