PVV-voorman Geert Wilders heeft donderdag aangifte gedaan tegen premier Mark Rutte wegens discriminatie. Volgens de PVV’er, die zelf ooit voorstelde het discriminatieverbod uit de Grondwet te schrappen, zou de premier "de gewone Nederlander" discrimineren.

Hij wees daarbij onder meer op het feit dat asielzoekers geen ziektekosten hoeven te betalen.

Volgens Wilders worden asielzoekers, maar ook bijvoorbeeld buitenlandse beleggers voorgetrokken. Hij sprak van '"crimineel gedrag" van de minister-president.

Volgens Wilders wordt zijn actie ondersteund door 36.000 mensen. "We hopen dat deze aangifte net zo serieus wordt genomen als andere aangiftes", zei Wilders.

'Kansloos'

Hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden Wim Voermans noemt de aangifte "kansloos". Volgens de staatsrechtgeleerde zijn de wetsartikelen waar Wilders zich op beroept niet toepasbaar op de kwestie. 

"Hij zit er helemaal naast", aldus Voermans. Hij wijst erop dat Rutte als premier deel uitmaakt van een democratische besluitvorming en vanuit zijn ambt als minister-president beleid uitvoert.

Beleid dat samen met de Tweede Kamer democratisch tot stand wordt gebracht. "Daar maakt Wilders dus zelf deel van uit", aldus Voermans. "Wetten aanpakken doe je in de Kamer."

Hij vindt dat Wilders met zijn kansloze aangifte bewust "misbruik maakt van de instituten van de rechtsstaat om een politieke boodschap uit te zenden".

Wilders denkt niet dat zijn aangifte kansloos is, maar waarschuwt al wel dat hij desnoods naar de rechter kan stappen om af te dwingen dat justitie tot vervolging van de premier overgaat.