Vanwege de hoge dollarkoers lijkt Defensie niet genoeg geld te hebben om de laatste drie van de 37 gewenste JSF-straaljagers aan te schaffen. Dat schrijft staatssecretaris Barbara Visser in een brief aan de Tweede Kamer.

Ze schrijft dat er "net niet genoeg projectbudget is" voor de drie gevechtsvliegtuigen, maar lijkt het probleem nog niet als definitief te beschouwen. "Het besluit over de bestelling van de drie resterende toestellen is in 2019 aan de orde", aldus Visser. "Tegen die tijd zal ik de Kamer daarover informeren."

De Algemene Rekenkamer waarschuwde vorig jaar al dat de F-35, zoals de Joint Strike Fighter officieel heet, duurder zou kunnen uitvallen door schommelingen in de dollarkoers.

De F-35 is de beoogde opvolger van de F-16 bij de krijgsmacht. Over de deelname aan het project en de beoogde aanschaf van 37 toestellen wordt al sinds medio jaren negentig gediscussieerd. Eigenlijk hadden de F-16's al rond de eeuwwisseling vervangen moeten worden.

Testtoestel

Voor de vervanging van de vliegtuigen werden meerdere toestellen overwogen. In 2001 koos het ministerie van Defensie voor de Joint Strike Fighter van producent Lockheed Martin. Deze keuze werd zeven jaar later bevestigd, na een tweede onderzoek naar de beste optie. De overheid besloot tot de aankoop van een testtoestel.

Het definitieve besluit over de koop werd echter uitgesteld omdat er binnen regeringspartij PvdA geen overeenstemming over de aanschaf kon worden bereikt.

Onzekerheden

In 2015 steunde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer een voornemen in het regeerakkoord om de koop van acht toestellen te bevestigen. De huidige regeringspartij D66 stemde toen tegen de aanschaf vanwege de onzekerheden over de kosten en de prestaties van het Amerikaanse toestel. Ook huidige regeringspartij CDA uitte zorgen vanwege de slechte financiële onderbouwing van het project.

De acht toestellen zouden in 2019 moeten gaan vliegen. Het voornemen is om in totaal 37 exemplaren aan te schaffen, voor een totaalbedrag van 4,5 miljard euro. In 2024 zouden alle Nederlandse toestellen in gebruik moeten zijn genomen.

De geschatte prijs per toestel is zo'n 85 miljoen dollar. De kosten van het project schommelen echter regelmatig in reactie op de dollarkoers.

Onzichtbaarheid

De ontwikkeling van de F-35 is het duurste wapenproject uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Naast de onzichtbaarheid voor de radar is het voornaamste pluspunt van de F-35 de compleet vernieuwde elektronica. Die zouden het toestel veel effectiever maken dan andere modellen.

De zeer ingewikkelde software zorgt wel voor de nodige problemen bij de ontwikkeling.

Nederland is aangewezen als een van de landen die de motoren van het nieuwe gevechtsvliegtuig gaan onderhouden, samen met Australië, Turkije en Noorwegen. De testfaciliteit komt in 2019 net als de werkplaats voor het onderhoud in Woensdrecht te staan.