Minister Arie Slob (Onderwijs) is niet van plan om meer geld voor de basisschoolleraren uit te trekken dan de 720 miljoen euro die al in de boeken staat. Wel vraagt hij om meer input van de leerkrachten. 

"Ik kan niet alles zelf invullen", zei Slob tegenover een volle zaal met basisschooldocenten in Amsterdam. De bewindsman was uitgenodigd door PO-front, een collectief bestaande onder andere uit Algemene Onderwijsbond (AOb), CNV Onderwijs, de PO-raad en PO in actie.

PO in actie is een begin dit jaar opgericht initiatief van basisschoolleraren waar zich inmiddels 44.000 leraren bij hebben aangesloten. Zij pleiten voor een lagere werkdruk en meer loon.

Maar Slob zei direct al dat meer geld er niet in zit. Dat gaf hem een “dubbel gevoel”, want hij vond het wel prettig om met ze in gesprek te gaan.

"Ik heb jullie kennis, wijsheid, ervaring en misschien wel frustratie nodig om dingen te gaan doen zodat jullie het gaan merken in jullie klaslokaal", aldus Slob.

Onverbiddelijk

Het vorige kabinet maakte voor 2018 al jaarlijks 270 miljoen euro vrij voor de salarissen. Deze regering voegt daar voor volgend jaar 10 miljoen euro aan toe om de werkdruk te bestrijden. Dat bedrag loopt in 2021 op tot 450 miljoen euro per jaar.

Het steekt de leraren dat die 450 miljoen euro 'pas’ over vier jaar beschikbaar komt. Zij willen dat bedrag naar voren halen. Dat was overigens ook de strekking van de oproep van het ChristenUnie-congres afgelopen weekend, Slob’s eigen partij.

De bewindsman bleef onverbiddelijk, hij kan zich alleen inzetten binnen de afspraken van het regeerakkoord.

Helft

De reeds toegezegde 720 miljoen euro is de helft van de 1,4 miljard euro waar de leraren om vragen, daarom gaan zij ook door met actievoeren.

Begin oktober werd het werk in het basisonderwijs in het hele land stilgelegd en kwamen er volgens PO in actie 60.000 leraren naar Den Haag om te demonstreren. Voor 12 december staat een nieuwe actie gepland.

Ook het lerarentekort in de sector kwam aan bod. Slob deed een poging de leraren achter zich te krijgen door te noemen dat er 11 miljoen euro beschikbaar is om de zij-instromers en afgestudeerde pabo-studenten aan werk te helpen, maar dat bedrag werd door een leerkracht uit de zaal weggezet als “een lachertje”.

Dinsdag meldde het ministerie dat het lerarentekort langzamer oploopt dan eerder voorspeld. Volgens de nieuwste berekeningen ontstaat het tekort van 4.100 fulltime arbeidsplaatsen niet in 2020, maar twee jaar later. Daar zijn de nieuwste beleidswijzigingen zoals het extra geld nog niet in meegenomen.

Afspraken

Slob belooft in ieder geval dat hij zo snel mogelijk afspraken maakt met werkgevers en werknemers zodat het toegezegde geld voor de salarissen ook daadwerkelijk vanaf 2019 op de juiste plek terecht komt.

Het was niet wat het publiek wilde horen, maar Slob kon niet anders zeggen dan dat hij gebonden is aan het regeerakkoord. "Ik ga aan de slag met de beschikbare middelen. Dat is veel geld, maar niet de gewenste 1,4 miljard euro", verwoordde hij zijn situatie.

Wel beloofde Slob met uitgewerkte plannen te komen waarmee hij de minister van Financiën hoopt te verleiden toch de portemonnee te trekken voor basisonderwijs. "Ik zou zwaar teleurgesteld zijn als we niet met goede plannen komen. Zonder die plannen, komt er geen geld. Dat is mijn inzet."

Tot die tijd hoopt Slob dat hij en de leraren naast elkaar staan, in plaats van tegenover elkaar.

Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de begroting van het ministerie van Onderwijs.