Overschot begroting valt lager uit, meevaller in de zorg

Het begrotingsoverschot dit jaar zal iets lager zijn dan op Prinsjesdag werd geraamd. Het loopt terug van 0,6 naar 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daar staat een meevaller van 700 miljoen in de zorg tegenover.

Dat maakte minister Wopke Hoekstra van Financiën vrijdag na de ministerraad bekend. "We lijken het jaar voorlopig goed af te sluiten", zei de bewindsman. 

De cijfers staan in de nog niet gepubliceerde Najaarsnota, de laatste stand van de begroting, die door de ministerraad is goedgekeurd. 

De zorgmeevaller is te danken aan mindere uitgaven aan de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en medicijnen.

Het kabinet baseert deze bedragen op de declaraties bij de zorgverzekeraars over de eerste zes maanden van dit jaar en een inschatting van de verzekeraars over de tweede helft van 2017.

Ook kan het kabinet een meevaller aan belastinginkomsten bijschrijven van 51 miljoen euro.

Verder is er bij enkele ministeries minder geld uitgegeven dan aanvankelijk verwacht. Dat geldt vooral voor Defensie, Sociale Zaken, Onderwijs en Financiën.

Tegenvallers

Tegenvallers zijn onder meer de hulp aan Sint-Maarten na de orkaan Irma. Daar is alleen al voor het wederopbouwfonds 550 miljoen euro uitgetrokken.

Ook is er vertraging aan de inkomstenkant van de schenk- en erfbelasting van 450 miljoen euro. Dat bedrag komt in 2018 binnen. Hoekstra wil niet direct spreken van een meevaller omdat het een verschuiving is. 

Het is dus allerminst zeker of dat geld volgend jaar kan worden besteed, er is van tevoren een afgesproken maximum aan uitgaven (het uitgavenkader).

Sowieso vloeien meevallers zoals gebruikelijk naar de staatsschuld. Zo worden ook de rentelasten lager, maar zo waarschuwt Hoekstra, volgend jaar wordt er naar verwachting alsnog 6 miljard euro aan rente over de staatsschuld betaald.   

In het voorjaar wordt opnieuw de balans opgemaakt en kijkt het kabinet naar "de wensen en tegenvallers", aldus Hoekstra.

EU-regels

Ondanks de tegenvallers, benadrukt Hoekstra dat Nederland er goed opstaat, ook in vergelijking met andere Europese landen.

"We zijn een van de vier landen in Europa met een begrotingsoverschot en een staatsschuld van onder de 60 procent van het bbp", zei de bewindsman.

Daarmee voldoet Nederland ruim aan de regels die de Europese Unie stelt aan de overheidsfinanciën. 

Lees meer over:
Tip de redactie