Minister Grapperhaus past voorschriften voor kleding van politie niet aan

Het politiebeleid dat agenten die met het publiek in contact komen, geen hoofddoekjes mogen dragen blijft gehandhaafd.

Dat heeft Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie) aan de Tweede Kamer laten weten.

Hij houdt vast aan de neutrale uitstraling van een agent. Dat is in "het belang van diens gezag en veiligheid in het optreden", schrijft de minister.

Het College voor de Rechten van de Mens verklaarde maandag een klacht van een agente die geen hoofddoek mocht dragen gegrond. De korpschef zal deze individuele zaak verder bestuderen en reageren tegenover het College, aldus de minister.

Discriminatie

Volgens het College is sprake van discriminatie en heeft de politie niet voldoende onderbouwd waarom de hoofddoek niet is toegestaan.

De politie verbood de hoofddoek omdat sprake moest zijn van "een neutrale en uniforme gezichtsuitdrukking" bij agenten.

Burgerkleding

De kwestie was aan het College voorgelegd door een agente die werkt op de serviceafdeling van de nationale politie, waar ze het 0900-nummer beantwoordt. Via een videoverbinding neemt ze onder meer aangiftes op.

Momenteel doet ze haar werk in burgerkleding waarbij ze een hoofddoek draagt, terwijl haar collega's het politie-uniform dragen. De politie verbiedt de vrouw om ook haar uniform te dragen in combinatie met de hoofddoek.

De politie zegt in een reactie dat het de uitspraak van het College "grondig gaat bestuderen". "De politie wil een diverse organisatie zijn, van en voor iedereen. Daarom neemt de politie het oordeel van het College serieus," aldus het persbericht.

Tip de redactie