De voltallige oppositie wil dat het kabinet de voorgenomen kostenbesparing van 100 miljoen euro op de wijkverpleging terugdraait. 

Volg hier ons liveblog over het debat over de regeringsverklaring

In de tweede termijn van het debat over de regeringsverklaring schaarde de SGP zich achter de gewijzigde motie van PvdA-leider Lodewijk Asscher. 

Premier Mark Rutte is echter niet van plan om de wijkverpleging op voorhand te ontzien. "Dit kabinet heeft niet de intentie te bezuinigen op de wijkverpleging, maar wil de groei van de kosten in toom houden", zei Rutte.

Een van de maatregelen uit het regeerakkoord is het bereiken van een hoofdlijnenakkoord over het beteugelen van de steeds verder stijgende zorgkosten. Daarbij zou ook de kostenstijging bij de wijkverpleging met 100 miljoen moeten worden teruggedrongen, maar de oppositie is hier collectief tegen.

Volgens Asscher is zijn verzoek nodig, "omdat er al heel hard gewerkt wordt in de wijkverpleging". De PvdA’er ziet dat de plannen voor veel onrust zorgt in de sector. "Het is belangrijk dat er nu zekerheid komt voor mensen die het werk doen."

Besparing

Rutte kan echter niet aan die wens tegemoet komen. "Je kunt niet één sector uitsluiten van een nog te sluiten hoofdlijnenakkoord", aldus Rutte. Dat zou ertoe kunnen leiden dat bijvoorbeeld ook de ziekenhuizen vooraf uitzonderingen gaan eisen.

Rutte: "We willen de groei van de kosten afremmen. Dat is nodig, omdat je voor de klus staat de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg overeind te houden." Hij wilde Asscher wel beloven dat het akkoord er niet toe mag leiden dat het ten koste gaan van de kwaliteit, toegankelijkheid en werkdruk. 

Uitgestoken hand

De 100 miljoen euro voor de wijkverpleging is voor de oppositie onderhand een test geworden om te kijken hoe serieus de oproep van het kabinet en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie genomen moet worden. 

Het kabinet wil brede steun voor een nieuw klimaatbeleid, pensioenstelsel en arbeidsmarkt. Onder meer vanwege de minimale meerderheid die de coalitie in zowel de Eerste als Tweede Kamer heeft. 

Nu Rutte niet van plan lijkt tegemoet te komen aan de wensen van de oppositie, wil GroenLinks-leider Jesse Klaver weten wat die "uitgestoken hand" nog waard is.  

Dividendbelasting

Ook de kritiek van de linkse partijen op de afschaffing van de dividendbelasting liet de premier van zich afglijden.

Met name GroenLinks, PvdA en SP drongen er bij de premier op aan om duidelijk te maken van wie het voorstel is gekomen om de belastingverlaging van 1,4 miljard euro voor buitenlandse investeerders in het regeerakkoord te zetten. Dit voorstel stond namelijk in geen enkel verkiezingsprogramma, ook niet dat van de VVD.

Rutte zei eerder al dat dit voorstel van werkgeversorganisatie VNONCW kwam, maar wilde verder geen openheid geven over met welke partijen verder hierover is gesproken en hoe dit voorstel in het regeerakkoord is terecht gekomen.

"Het maakt ons functioneren onmogelijk als je over alle contacten in het openbaar bevraagd zou kunnen worden", aldus de premier. "Dit is een principekwestie."

Hij wees erop dat er gedurende de formatie een grote hoeveelheid brieven van bedrijven en uit het maatschappelijk veld binnenkomen. Gebleken is dat sommige voorstellen en verzoeken in het formatiearchief openbaar worden gemaakt, en andere correspondentie geheim blijft. 

'Onbewezen medicijn'

Volgens het kabinet is de maatregel nodig om ervoor te zorgen dat de grote bedrijven in Nederland blijven, maar volgens de oppositie is er niets wat erop wijst dat multinationals zullen verhuizen als de dividendbelasting niet wordt afgeschaft.

De premier kon ook geen economen, onderzoeken of rapporten opnoemen die zijn stelling onderbouwen. "Een onbewezen medicijn", omschreef Asscher het.

Het linkse blok ziet die 1,4 miljard liever besteed worden aan de zorg, de leraren of het behoud van het lage btw-tarief op 6 procent.

Dubbele nationaliteit

Premier Rutte debatteert donderdag met de Tweede Kamer over de regeringsverklaring en het voorgenomen beleid van het kabinet-Rutte III. Woensdag was het de beurt aan de Kamerfracties en donderdag beantwoordt Rutte de vragen.

Als eerst ging hij in op de kritiek van PVV-leider Geert Wilders op ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken).

Wilders en Thierry Baudet hekelden de dubbele nationaliteit van D66-bewindsvrouw Ollongren die naast de Nederlandse ook de Zweedse nationaliteit heeft. Wilders vindt dat bewindspersonen met een dubbele nationaliteit de schijn van een dubbele loyaliteit tegen zich hebben en Baudet vreest een situatie waarin een Nederlands bewindspersoon onderworpen kan worden aan een buitenlandse rechtsmacht.

Rutte zei het "zeer oneens" te zijn met de twee rechtse Kamerleden. "Het is feitelijk niet relevant", aldus de premier. Dat er bewindspersonen in het kabinet zitten die een dubbele nationaliteit hebben is nog geen reden om hun integriteit in twijfel te trekken. 

Net als CDA-leider Sybrand Buma woensdag deed, stak Rutte de draak met de "principiële lijn" van Wilders die in 2010 als gedoger van het kabinet Rutte I geen motie van wantrouwen indiende tegen de Nederlands-Zweedse staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten.