Minister Blok van Veiligheid en Justitie is het niet eens met de kritiek van de Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen, dat er niet is meegewerkt in het onderzoek naar de aanhouding van Johan van Laarhoven. Dat staat in een brief van Blok aan de ombudsman.

De Nationale ombudsman startte in september vorig jaar een verkennend onderzoek naar aanleiding van een klacht van Van Laarhoven en zijn vrouw. Zij zitten sinds 2011 vast in Thailand nadat de Nederlandse autoriteiten een zogeheten rechtshulpverzoek indiende en de Thai werden verzocht een onderzoek naar Van Laarhoven te startten.

Van Laarhoven was tot 2011 mede-eigenaar van de coffeeshopketen The Grass Company, met vier coffeeshops in Tilburg en Den Bosch. Hij wordt in Nederland vervolgd voor fraude, witwassen, oplichting en deelname aan een criminele organisatie.

Opheldering

Van Zutphen vroeg eind juli om opheldering omdat hij in maart opgevraagde stukken van betrokkenen niet kreeg overhandigd. Het argument was dat er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar Van Laarhoven en de bevoegdheid van de ombudsman dan komt te vervallen.

Volgens de ombudsman zegt de wet dat dit pas het geval is bij het uitgaan van een dagvaarding. Dat gebeurde in juni van dit jaar. De advocaten van Van Laarhoven tekenden overigens direct na het uitgaan van de dagvaarding protest aan omdat hun cliënt niet in staat is zich te verweren.

Medewerking

Blok zegt nu dat er wel degelijk is meegewerkt door justitie aan het onderzoek van de ombudsman. Zo is er in het voorjaar van 2016 een gesprek geweest tussen de ombudsman en de toenmalig voorzitter van het College van procureurs-generaal. 

Blok schrijft dat er in januari een gesprek heeft plaatsgevonden tussen medewerkers van Van Zutphen en de officier van justitie die in de strafzaak van Van Laarhoven als aanklager fungeert. In het gesprek zou onder meer uitgebreid zijn stilgestaan bij het strafrechtelijk onderzoek en het rechtshulpverzoek aan de Thaise autoriteiten. Ook werd er duidelijk gemaakt dat er een regiezitting stond gepland in juli, die later is verschoven naar september.

"Daarmee was op dat moment evident dat er een dagvaardiging zou worden uitgebracht en uw onderzoek het strafrechterlijk onderzoek zou doorkruisen", aldus Blok. De minister ziet dit als een onwenselijke situatie.

Kritiek

Blok zegt dat er in maart en april wederom overleg is geweest. "Gelet op de uitgebreide gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen medewerkers van uw bureau en medewerkers van het Openbaar Ministerie en mijn departement, kan ik u niet volgen in uw kritiek dat geen medewerking aan uw onderzoek is verleend", aldus de minister.

Een woordvoerder van de ombudsman zegt in reactie blij te zijn dat de minister heeft laten weten dat de dagvaarding in juni is uitgegaan, zodat het onderzoek gestopt kan worden. Verder gaat de ombudsman in op de uitnodiging van Blok om in gesprek te gaan. De woordvoerder wil verder niet op de uitspraken van Blok reageren.

Overbrenging

Van Laarhoven werd op 20 juni in hoger beroep in Thailand veroordeeld tot 75 jaar cel voor witwassen van geld geïnvesteerd in Thailand. Van Laarhoven ontkent dat het om crimineel geld gaat, maar om de opbrengsten van de handel in verdovende middelen van de in Nederland gedoogde coffeeshops.

Nederland en Thailand hebben een verdragsrelatie waardoor Van Laarhoven na vier jaar zijn straf kan uitzitten in Nederland. Dat is in juli 2018.

Blok zegt het verzoek van Van Laarhoven om overbrenging naar Nederland te hebben ontvangen en dat het verzoek door zijn ministerie voortvarend zal worden behandeld.