Demissionair Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem laat in het midden of zijn partij, de PvdA, alsnog uit het kabinet stapt vanwege onvrede over de begroting voor volgend jaar.

PvdA-leider en vicepremier Lodewijk Asscher liet voor de zomervakantie doorschemeren dat zijn partij uit de coalitie stapt als er geen extra geld wordt vrijgemaakt voor de lerarensalarissen in het basisonderwijs.

Dat is tegen het zere been van coalitiepartner VVD, die liever geen grote beslissingen meer wil nemen vanwege de formatiegesprekken met CDA, D66 en ChristenUnie.

"Je kunt niet tegen de PvdA zeggen: je moet blijven zitten en je bent verantwoordelijk, maar je hebt niets meer te zeggen, je moet verder je mond houden. Zo gaat dat niet werken", zei Dijsselbloem vrijdag voorafgaand aan de eerste ministerraad van het nieuwe politieke seizoen.

Dijsselbloem, als demissionair minister van Financiën verantwoordelijk voor de Rijksbegroting, benadrukt dat hij zelf niet heeft gedreigd met opstappen, maar waarschuwt wel dat het de ultieme consequentie is als de wensen van een coalitiepartner "volstrekt worden genegeerd".

Oplossing

Tegelijkertijd probeert de bewindsman de opgelaaide discussie over de lerarensalarissen in het basisonderwijs te sussen en heeft hij vertrouwen in een goede oplossing.

"Er is rond dit onderwerp een te opgewonden sfeer ontstaan. Er zijn iets te grote woorden gebruikt. De lucht begint er nu uit te lopen, we kunnen ademhalen en kijken wat er nodig is en wat het kost."

Die grote woorden komen volgens Dijsselbloem ook van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Hij vindt dat Asscher zijn pleidooi voor hogere lerarensalarissen binnenskamers had moeten houden. "Wat Asscher probeert te doen is de bloemen van anderen jatten", zei Zijlstra vorige week tegen de Telegraaf.

Dijsselbloem en ook andere PvdA'ers maakten uit die woorden op dat ook de VVD sympathie heeft voor een hoger salaris binnen het primair onderwijs.

Volgende week bespreekt het kabinet de begroting voor 2018 die op Prinsjesdag in september wordt gepresenteerd. "Als iedereen het over de inhoud eens is, kun je nog kijken om hoeveel geld het gaat. We kunnen er misschien ook over praten met de formerende partijen. Er komt vast wel een oplossing uit", aldus Dijsselbloem. 

Buffer

Voor Dijsselbloem is geld op zich geen probleem nu de economie op volle toeren draait en stevige groeicijfers laat zien. Voor de PvdA-bewindsman is het wel belangrijk dat de overheidsfinanciën tegen een stootje kunnen voor het geval het economisch tegenzit.

De Nederlandse staatsschuld voldoet aan de Brusselse norm met 54 procent van het bruto binnenlands product (bbp), maar dat is voor Dijsselbloem niet goed genoeg. Hij ziet de staatsschuld liever "dichterbij de 40 dan bij de 50 procent" gaan.

"Als er in komende paar jaar een economische crisis uitbreekt, is de begroting zo weer uit het lood. We zijn zeer kwetsbaar. Daarom moet de staatsschuld omlaag zodat je daarin de klappen kunt opvangen", aldus Dijsselbloem.