Gemeenten, onderwijsorganisaties en andere betrokken partijen slaan donderdag alarm bij Kamer en kabinet over het afnemen van de gelijkheid van onderwijskansen voor kinderen. 

Ze willen niet alleen dat een bezuiniging van tientallen miljoenen op het onderwijsachterstandenbeleid wordt teruggedraaid, maar bovendien dat er fors geld bijkomt. Volgens de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge moet het bedrag voor de gemeenten (nu nog 360 miljoen euro) en de scholen (nu 280 miljoen euro) zelfs worden verdubbeld.

Het kabinet zou niet alleen op de verkeerde weg zijn met genoemde bezuiniging, maar ook met de plannen voor herverdeling van een deel van de wel beschikbare gelden. Kleinere gemeenten en hun scholen krijgen dan misschien wel meer maar misschien toch ook niet genoeg, terwijl grote steden daarvoor moeten inleveren terwijl ze het geld al helemaal niet kunnen missen. Daar wordt helemaal niemand beter van, is de vrees.

CBS

Daarbij komt dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft vastgesteld dat het aantal leerlingen met risico op achterstanden ruim twee keer zo groot is als waar de afgelopen jaren vanuit werd gegaan, aldus de briefschrijvers aan Kamer en kabinet.

En juist nu dreigt alles wat toch aardig succesvol is opgebouwd om onderwijsachterstanden te voorkomen, te worden "afgebroken", zegt De Jonge. "De kloof tussen kansarm en kansrijk wordt daardoor weer groter."

Eén voorschoolse opvang voor alle kinderen van twee tot vier zou de oplossing zijn. Een belangrijk deel van het geld zou volgens De Jonge kunnen worden gevonden door bijvoorbeeld de budgetten voor kinderopvangtoeslag en achterstandenaanpak te combineren en doelmatiger te besteden.