Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en acht samenwerkingsverbanden hebben concrete afspraken gemaakt om het aantal kinderen dat thuiszit te laten dalen.

Dat meldt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zondagavond. 

Het aantal thuiszitters moet jaarlijks met minimaal 25 procent omlaag. Vorig jaar zaten 4200 kinderen langer dan drie maanden thuis in plaats van op school. Een aanzienlijk deel van die kinderen komt uit deze grote steden.

De betrokken partijen gaan onder meer regelen dat jongeren die thuiszitten sneller hulp vanuit de zorg krijgen, dat leerlingenvervoer geen probleem meer vormt en dat preventie meer aandacht krijgt.

Het aantal leerlingen dat is vrijgesteld van onderwijs omdat ze lichamelijke of psychische problemen hebben, moet jaarlijks met 10 procent dalen. Uiteindelijk moet in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszitten zonder passend onderwijsaanbod.

De gemaakte afspraken zijn een uitwerking van het Thuiszitterspact.