De financiële prikkel voor het ministerie van Veiligheid en Justitie om zo veel mogelijk boetes uit te delen verdwijnt dit jaar. 

Dat schrijft minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Op dit moment is het ministerie afhankelijk van de inkomsten van boetes om de eigen begroting sluitend te kunnen maken. Het financiert daarmee de eigen uitgaven. Bij tegenvallers zou er dus voor het ministerie een prikkel kunnen zijn om meer boetes te gaan innen.

Vast bedrag

Het kabinet heeft nu in opdracht van de Tweede Kamer besloten dat de boete-inkomsten naar de staatskas vloeien en Veiligheid en Justitie voortaan een vast bedrag krijgt van het ministerie van Financiën. De schatkist draagt de risico’s van tegenvallende opbrengsten uit boetes.

Hiermee is de prikkel volgens Van der Steur weggenomen. Overigens schrijft de minister dat het feit dat handhaving van de verkeersregels geld oplevert, "geen leidraad" mag "zijn in het maken van keuzes voor inzet op verkeershandhaving". 

Ook mag het opleggen van boetes "niet de suggestie wekken dat dit om financiële redenen gebeurt". Van der Steur zegt geen indicaties te hebben dat de handhaving intensiever is dan noodzakelijk.

Stijging

Dinsdag maakte het ministerie van Veiligheid en Justitie bekend dat het aantal boetes voor verkeersovertredingen afgelopen jaar fors is gestegen. 

Het aantal boetes steeg in vergelijking met 2015 met bijna 1,5 miljoen naar ruim 9,4 miljoen.