Terwijl de Iraakse grondtroepen met behulp van Amerikaanse luchtsteun gestaag terreinwinst boeken op Islamitische Staat (IS) in de strijd om Mosul, bezochten ministers Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) en Lillian Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) maandag Bagdad en het voormalig IS-bastion Fallujah.

Voor de ministers is het belangrijk om een bezoek te brengen aan de Iraakse steden om te kijken hoe het staat met de wederopbouw. Mede omdat Nederland na de VS het meeste geld investeert in de rehabilitatie van een Irak na IS. 

"Nederland investeert ongeveer 20 miljoen euro", zegt Ploumen tegen NU.nl. "Omdat we zoveel bijdragen, vind ik het belangrijk om met eigen ogen te zien hoe het staat met de wederopbouw en de terugkeer van Irakezen die hun stad waren ontvlucht na de komst van IS."

De ministers troffen in Fallujah een kapotgebombardeerde stad aan waar de kogelgaten in de muren herinneren aan de hevige strijd die de Iraakse strijdkrachten geleverd hebben. 

Een bezoek aan het lokale ziekenhuis leert dat de wederopbouw traag verloopt. Het ontbreekt het ziekenhuis, dat volledig is verwoest door IS, aan de basisbenodigdheden zoals elektriciteit, bedden en benodigdheden voor het uitvoeren van spoedeisende ingrepen.

Hennis en Ploumen bezoeken gebombardeerde Iraakse stad Fallujah
Hennis en Ploumen bezoeken gebombardeerde Iraakse stad Fallujah

Somber beeld

Terugkeerders die de ministers spreken schetsten een somber beeld. Ook zij klagen over het gebrek aan eerste levensbehoeftes zoals elektriciteit, water en scholing. "Onze kinderen lijden", zegt een wanhopige Irakees tegen de ministers. Hij keerde terug vanuit Turkije, maar als de situatie in Fallujah niet snel verbetert, zou het voor hem een serieuze optie zijn om opnieuw naar Turkije te vluchten.

Fallujah werd in januari 2014 gemakkelijk overlopen door het terroristenleger van IS. Het zou pas eind juni 2016 bevrijd worden van de soennitische extremisten .

Het is de eerste keer sinds de bevrijding dat een buitenlandse minister het oude IS-bolwerk bezoekt. Geheel ongevaarlijk is dat echter niet. Onderweg van Bagdad naar Fallujah bereikt de delegatie het bericht dat er een autobom is ontploft op een markt in de stad. Een tweede bom is ontmanteld en twee verdachten zijn diezelfde middag nog gearresteerd.

Hoopvol

Desalniettemin zijn de ministers hoopvol. Zo zagen de ministers onderweg van Bagdad naar Fallujah in het dorpje Karma hoe de lokale bevolking, onder andere met de hulp van Nederland, na het verdrijven van IS de lokale school heeft heropend.

Hennis: "Ik ben geraakt door het idee dat hier kort geleden nog hevig is gevochten, maar nu is de school geopend. Dat is vooruitgang." 

Het geld gaat niet naar de Iraakse overheid in Bagdad, maar wordt via de Verenigde Naties verdeeld onder lokale overheden, lokale projecten en maatschappelijke organisaties.Die investeren onder meer in het repareren van het elektriciteitsnetwerk, het opnieuw bewoonbaar maken van de stad maar ook naar de stimulering van werk.

Bewoonbaar

Volgens Ploumen is het van groot belang dat de steden en dorpen die heroverd zijn op IS zo snel mogelijk weer bewoonbaar te maken. "De gevluchte Irakezen moeten zo snel mogelijk weer het gevoel krijgen dat zij hun stad weer terug krijgen", aldus de minister.

"Deze mensen blijven ook het liefst in Irak, omdat zij liefde hebben voor hun land. Maar als je stad totaal kapot geschoten is en er geen perspectief is, dan is je liefde voor je land niet voldoende om daar te blijven", zegt Ploumen.

Dat Nederland dan ook zoveel geld doneert is volgens de minister niet alleen in de eerste plaats uit menselijkheid, maar ook in het eigen belang van Nederland. "Het is belangrijk om Irak te stabiliseren. Met de wederopbouw van de Iraakse dorpen en steden gaan wij ook migratie, als gevolg van instabiliteit, tegen."

Mosul

Ondertussen vordert de strijd om het laatste IS-bolwerk in Irak, Mosul, langzaamaan.

Iraakse grondtroepen hebben de afgelopen weken terrein gewonnen op IS in de strijd om Mosul. Inmiddels in 70 procent van het oostelijk gedeelte van de stad heroverd op de jihadisten.

Aan het offensief, dat in oktober vorig jaar van start ging, doen 100.00 Iraakse militairen, Koerdische pesjmerga’s en sjiitische milities mee. Zij worden vanuit de lucht ondersteund door de internationale anti-IS coalitie die onder leiding staat van de Amerikanen. Het is de grootste grondoperatie sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Ook Nederland levert een bijdrage. Nederlandse militairen trainen in het noorden van Irak de Iraakse troepen. 

Waar het offensief in oktober nog voorspoedig van start ging, stokte de opmars van het Iraakse leger in december. De anti-terreureenheden heroverden in korte tijd verschillende dorpen rond Mosul, maar hoe dichter de troepen bij het centrum van de komen kwamen, des te heviger de weerstand wordt. IS verzet zich met sluipschutters, zelfmoordaanslagen en gebruikt de 1,5 miljoen achtergebleven burgers als menselijk schild.

Drie maanden

De Iraakse premier Haider al-Aabadi zei eerder nog dat hij verwachtte dat Mosul voor de jaarwisseling heroverd zou zijn, maar moest die verwachting onlangs bijstellen. Volgens de premier kan het tot wel drie maanden duren voordat Mosul bevrijd is. 

Minister Hennis begrijpt dat de strijd langer duurt dan verwacht. "Dit keer zijn het echt de Irakezen die zelf de militaire beslissingen nemen. Wij ondersteunen hen met adviezen en trainingen, maar ze zullen het echt zelf moeten doen", aldus Hennis.

De stad geldt als het laatste bolwerk van de terreurorganisatie in Irak en hoewel de bevrijding van Mosul een stevige klap voor IS zal zijn, betekent dat niet dat zij zijn verslagen. IS controleert nog steeds de 'hoofdstad' van het zelfuitgeroepen kalifaat. 

Wanneer IS ook in Syrië verdreven zal zijn is het de verwachting dat IS in Irak zal transformeren naar een terreurbeweging naar het model van al-Qaeda: ondergronds, zonder vast territorium.