Zeventien topfunctionarissen in de publieke of semipublieke sector hebben in 2015 zoveel verdiend dat sprake was van een overtreding van de inkomensnorm. Dat staat in de jaarlijkse rapportage over de topinkomens. 

In een aantal gevallen is geld teruggevorderd, zegt minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.

Voor de rapportage hebben bijna 5.900 instellingen gegevens over de verdiensten van in totaal 37.000 functionarissen gemeld.1.224 leidinggevenden en 109 toezichthouders zaten boven de norm van een ministerssalaris (178.000 euro per jaar). Maar behalve de eerder genoemde zeventien maakten zij gebruik van een overgangsperiode en waren zij niet in overtreding.

Volgens Plasterk worden de regels van de WNT (Wet normering topinkomens) over het algemeen goed nageleefd en geaccepteerd. Plasterk noemt het "belangrijk voor het vertrouwen in de publieke sector" dat de wet werkt. Het maakt volgens hem duidelijk dat "vier ton voor een leidinggevende van een woningcorporatie" niet acceptabel is.

Plasterk wijst erop dat vanaf 1 januari 2017 steeds meer topfunctionarissen onder de norm zullen zakken. Dan moeten namelijk ook zittende bestuurders die nu nog gebruik maken van de overgangsperiode terug in salaris. Nieuwkomers moeten al sinds 2013 aan de norm voldoen.

Bestuurders

Plasterk zegt dat de afgelopen jaren niet is gebleken dat instellingen, doordat er minder wordt betaald, opgescheept zitten met bestuurders van slechtere kwaliteit. Ook valt het volgens hem mee met de pogingen om de norm te omzeilen, waar voor werd gewaarschuwd.

De minister wil de wet nog uitbreiden, zodat niet alleen leidinggevenden eronder vallen maar ook andere goed betaalde krachten. Te denken valt aan bijvoorbeeld presentatoren van de publieke omroep.