Tweede Kamer staat achter boerkaverbod

Een meerderheid in de Tweede Kamer steunt het kabinetsvoorstel dat gezichtsbedekkende kleding in bepaalde publieke ruimtes strafbaar stelt. Wie dit 'boerkaverbod' naast zich neerlegt, riskeert een boete van maximaal 405 euro.

VVD, PvdA, SP, PVV, CDA, ChristenUnie, SGP en VNL scharen zich achter het voorstel van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken). D66, GroenLinks en Denk zijn tegen het verbod, blijkt uit het debat woensdag in de Tweede Kamer.

Het debat werd bijgewoond door een aantal mensen in een nikab wat tot ongemak leidde bij voorstanders van het boerkaverbod. 

Het verbod geldt voor het dragen van boerka’s, nikabs, bivakmutsen en integraalhelmen in het openbaar vervoer, de zorg, onderwijs en overheidsgebouwen. De hoofddoek of een keppeltje vallen niet onder het verbod.

Uitzonderingen zijn er voor de gevallen waarin het dragen van bijvoorbeeld een helm noodzakelijk is vanwege de veiligheid. Ook geldt het verbod niet in tijden van "feestelijke en culturele activiteiten", zoals carnaval.

Plasterk zei dat hij niet verwacht dat de politie er een extra controletaak bij krijgt, omdat hij denkt dat het verbod een afdoende signaal. "Ik ga ervan uit dat mensen zich uit zichzelf aan de wet zullen houden", aldus de minister. 

Vrij

Volgens het kabinet is iedereen in Nederland vrij om te kleden zoals hij of zij het wil, zolang het de vrijheid van een ander niet aantast.

Dat wil zeggen, schrijft het kabinet in de toelichting van het wetsvoorstel, dat die vrijheid moet worden begrensd als de kledingkeuze de communicatie verhinderd waardoor bijvoorbeeld een arts zijn werk niet optimaal kan uitvoeren, of dat de veiligheid op sommige plaatsen in het geding is.

D66, GroenLinks en Denk noemen het voorstel "symboolwetgeving" die de individuele vrijheid van moslima's zou inperken en sluiten zich aan bij de kritiek van de Raad van State (RvS), de onafhankelijke adviseur van de regering.

Kritiek

De Raad stelt dat het kabinet onvoldoende argumenten heeft aangedragen die aantonen waarom een verbod noodzakelijk is. 

Het kabinet heeft, zo schrijft de RvS, zich teveel laten leiden door "subjectieve onveiligheidsgevoelens" die een verbod niet rechtvaardigen.

In het advies schrijft de Raad dat er in het voorstel weliswaar wordt gesproken over verschillende gezichtsbekende kleding, maar dat het verbod het uitvloeisel is van bezwaren die specifiek gericht zijn op "islamitische gezichtsbedekkende kleding".

Plasterk zei woensdag dat zijn wet een "godsdienstneutraal voorstel" is, omdat het verbod betrekking heeft op alle vormen van gezichtsbekkende kleding. 

Vrijheid van godsdienst

Het adviesorgaan stelt verder dat het dragen van dergelijke kleding valt onder de vrijheid van godsdienst zoals die in de grondwet en het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens omschreven staat. De raad stelt verder in het advies dat vrouwen het recht hebben om zelf te kiezen welke kleding zij dragen.

Daarnaast constateert de Raad dat de boerka weliswaar een terugkerend onderwerp in maatschappelijke en parlementaire discussie is, maar dat het "geen groot maatschappelijk probleem betreft".

"Volgens een weinig recente, niet door onderzoek geverifieerde schatting, dragen in Nederland maximaal 200 tot 400 vrouwen dergelijke kleding. Het is in dit licht bezien niet waarschijnlijk dat scholen, overheidsinstellingen, het vervoer of de zorg op enigszins relevante schaal met dit verschijnsel te maken krijgen", aldus de Raad. 

PVV

Het wetsvoorstel is een nadere uitwerking van de afspraken die VVD en PvdA in 2012 maakten in het regeerakkoord. Het is een afzwakking van het verbod zoals het kabinet Rutte I (VVD, CDA en PVV) dat voor ogen had: een verbod dat ook in de openbare ruimte had moeten gelden.

PVV-leider Geert Wilders deed de eerste aanzet tot een verbod. Hij kreeg in 2005 een meerderheid van de Kamer achter zijn oproep aan het toenmalig kabinet om het openbaar gebruik van de boerka te verbieden.

Het wetsvoorstel van Plasterk moet nog door de Eerste Kamer.

Lees meer over:
Tip de redactie