De maatregel om bedrijven die zich schuldig hebben gemaakt aan discriminatie uit te sluiten van overheidsopdrachten, blijkt in de praktijk maar weinig vruchten af te werpen.

Het voorstel van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) heeft na twee jaar tot geen enkele uitsluiting geleid. Asscher erkende tijdens het debat over arbeidsmarktdiscriminatie donderdag in de Kamer dat in de praktijk bedrijven maar moeilijk op de vingers kunnen worden getikt.

Voor het uitsluiten van overheidsopdrachten is een strafrechtelijke veroordeling noodzakelijk, maar omdat het voor de rechter moeilijk is om aan te tonen dat er sprake is van discriminatie leidt dat zelden tot een veroordeling.

SP en D66 willen daarom uitspraken van het College van de Rechten van de Mens, die niet-bindende uitspraken doet in onder andere discriminatiezaken, betrekken bij het straffen van discriminerende bedrijven. De partijen willen ook dat de arbeidsinspectie de mogelijkheid krijgt om werkgevers kan beboeten.

Niet haalbaar

Hoewel Asscher het plan sympathiek vindt, wijst hij erop dat het juridisch niet haalbaar is om deze instanties de mogelijkheid te geven om bedrijven dergelijke sancties te laten opleggen.

Het is volgens de minister in strijd met Europese aanbestedingsregels. "De juristen die ik heb geraadpleegd zeggen dat het niet kan." Desondanks wil de minister kijken of hij het College en de arbeidsinspectie kan betrekken bij de sanctionering van discriminerende werkgevers. Hoe dat er precies uit moet komen te zien, werd tijdens het debat niet duidelijk.

Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut doet Asscher te weinig tegen werkgevers die onderscheid maken op basis van afkomst, religie, leeftijd en sekse. "Er komt niks terecht van de keiharde aanpak. Bedrijven die zich schuldig maken aan discriminatie komen ermee weg. Via het strafrecht is dat lastig, maar de arbeidsinspectie kan bedrijven harder beboeten."

Ook dat is lastig, omdat de inspectie de arbeidsomstandigheden achter de deur van een bedrijf controleert en niet vooraf bij bijvoorbeeld de sollicitatieprocedure, zei de minister.

Twee keer minder kans

De Kamer debatteerde over over het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit juni 2015 naar discriminatie van Haagse allochtonen.

Uit dat onderzoek blijkt dat autochtonen met dezelfde kwalificaties anderhalf keer meer kans maken op een succesvolle sollicitatie dan Nederlanders met een Hindoestaanse achtergrond en vergeleken met Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond is die kans zelfs twee keer zo groot.

Sinds zijn aantreden als minister van Sociale Zaken heeft Asscher een lange lijst initiatieven op touw gezet, maar volgens de Kamer blijft de bestrijding van arbeidsmarktdiscriminatie nog ver achter.

Asscher zei het ongeduld en ongenoegen dat leeft in de Kamer te delen. "Ik span mij maximaal in en kijk graag naar wat we nog meer kunnen doen."

Hij wees er wel op dat discriminatie niet alleen door de overheid kan worden bestreden. De samenleving moet er zich van bewust worden dat er er vooroordelen zijn en dat er soms ook onbewust gediscrimineerd wordt.