De Nederlandse advocaten vinden de commissie die toezicht moet gaan houden op het afluisteren van gesprekken tussen advocaten en hun cliënten, niet onafhankelijk. 

Daarom voldoet deze tijdelijke commissie niet aan het oordeel van de rechter, concludeert de Nederlandse Orde van Advocaten.

De organisatie heeft de Tweede Kamer hier in een brief op gewezen. Woensdag overlegt de Kamer over de commissieregeling van de verantwoordelijke ministers Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie).

In principe is deze vorm van afluisteren verboden, omdat communicatie tussen advocaten en hun cliënten vertrouwelijk is. Het mag alleen als het in het belang van de nationale veiligheid is, zoals bij terreurverdachten.

Commissie

De rechter heeft vorig jaar bepaald dat een onafhankelijke instantie moet toetsen of veiligheidsdiensten in bepaalde gevallen mogen afluisteren. Als daar niet snel een (tijdelijke) voorziening voor zou komen, moest de overheid er mee stoppen.

Een van de leden van de commissie is de huidige voorzitter van de toezichthouder op de inlichtingendiensten. ''De voorzitter vervult een dubbelrol. Vooraf geeft hij bindend advies of mag worden afgeluisterd. Achteraf behandelt hij in zijn andere rol als toezichthouder de klachten over het afluisteren, waarvoor hij eerder zelf toestemming heeft gegeven'', concludeert de orde. ''Deze werkwijze is dus niet onafhankelijk.''

De orde pleit ervoor dat rechters net als in het strafrecht in alle afluisteroperaties vooraf moeten beoordelen of justitie en de geheime diensten aan de slag mogen.