De Tweede Kamer houdt de komende vijf jaar een proef met de parlementaire ondervraging, een nieuw onderzoeksinstrument.

Dat maakt de Tweede Kamer woensdag bekend.  

Een commissie onder leiding van SP-Kamerlid Ronald van Raak onderzocht de mogelijkheden rondom dit instrument, een plan van ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers.

Een parlementaire ondervraging is een lichtere variant op de parlementaire enquête, het zwaarste onderzoeksmiddel van de Tweede Kamer waarin ondervraagden verplicht moeten komen opdagen en onder ede worden gehoord.

Zo'n procedure neemt echter veel tijd in beslag. Na de uitgebreide verhoren, wordt er ook een rapport opgesteld met de conclusies.

Bij een parlementaire ondervraging is eveneens medewerking verplicht en worden mensen onder ede verhoord om mondelinge informatie te verkrijgen.

Het is daarmee een tussenvorm tussen een gewone hoorzitting of rondetafelgesprek en een meer intensieve parlementaire enquête, schrijft de Kamer.

Bij het houden van een parlementaire ondervraging is een Kamermeerderheid vereist. Er wordt de komende vijf jaar gekeken of het nieuwe onderzoeksinstrument er definitief moet komen.

Nuttige toevoeging

Segers is blij dat het nieuwe parlementaire middel er is. "Dit is een nuttige toevoeging, omdat het de informatiepositie van de Tweede Kamer versterkt", zegt hij.

De Kamer had de ondervraging volgens Segers goed kunnen gebruiken rond de recente onthullingen van Nieuwsuur die leidde tot een nieuwe opdracht voor de Commissie-Oosting die onderzoek doet naar de nasleep van de Teeven-deal.

Als de parlementaire ondervraging drie weken eerder van de grond was gekomen, dan had de Kamer het tweede onderzoek rond de Teeven-deal op zich kunnen nemen. Dat zou minder tijdrovend zijn en betrokkenen zouden onder ede gehoord kunnen worden, aldus Segers.