Het aantal leerplichtige kinderen dat voor korte of langere tijd niet naar school ging, is vorig schooljaar afgenomen van 10.680 naar 9.972 leerlingen.

Van hen stond 40 procent wel op een school ingeschreven, maar werd deze langer dan vier weken niet bezocht. Dat percentage is in vergelijking met vorig jaar gelijk gebleven.

De nieuwe cijfers staan in een brief die staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs woensdag naar de Tweede Kamer stuurt. Ieder voorjaar wordt de Kamer geïnformeerd over schoolverzuim in het vorige schooljaar.

Uit de cijfers blijkt dat het aantal vrijstellingen van de leerplicht vorig jaar juist is toegenomen. Vanwege een verstandelijke of fysieke beperking hoefden 5.077 kinderen niet naar school. Een jaar eerder ging het om 4.444 leerlingen. Dekker laat onderzoek doen hoe deze stijging verklaard kan worden.

Passend onderwijs

In augustus 2014 werd met passend onderwijs gestart. ''Een van de doelen van passend onderwijs is het aantal thuiszitters omlaag te brengen. Ik wil dat in 2020 geen kind langer dan drie maanden thuiszit zonder dat er een goede plek gevonden is op een school. Er zit wat dat betreft wel beweging in de cijfers, maar het gaat nog lang niet hard genoeg'', laat Dekker weten.

Daarom heeft Dekker een paar maatregelen in het leven geroepen. Zo komen er meer mogelijkheden om een deel van het onderwijs buiten de school te volgen. Daarnaast organiseert Dekker samen met staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) de landelijke Thuiszitters Top, waar gemeenten samenkomen en van elkaars aanpak kunnen leren.