Het verschil tussen voor- en tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne wordt kleiner. De voorstanders van een ja-stem tijdens het Oekraïne-referendum lopen in op het 'nee-kamp'.

Dat blijkt uit twee peilingen onder gemiddeld drieduizend Nederlanders van onderzoeksbureau I&O Research, de Universiteit Twente in samenwerking met de Volkskrant.

Het dagblad schrijft maandag dat de voorsprong van het 'nee-kamp' is geslonken. De peilingen wijzen uit dat 55,5 procent tegen het associatieverdrag is, en 44,5 procent vóór. In december waren de verschillen groter: toen waren de verhoudingen nog 62 procent (nee) om 38 procent (ja).

Als de optie 'weet ik niet' wordt geboden zijn de verschillen kleiner. 38 procent van de ondervraagden zegt dan tegen te stemmen, 31 procent voor en 31 procent heeft nog geen beslissing genomen. Ook daar zijn de verschillen kleiner geworden in vergelijking met december.

Voor en tegen

Mensen die bij normale verkiezingen op PVV, SP, 50Plus, SGP en de PvdD zouden stemmen, zijn overwegend tegen het associatieverdrag. CDA-kiezers zijn met een kleine meerderheid tegen. Kiezers van PvdA, D66 en GroenLinks zijn overwegend voor.

Ook de VVD-stemmers waren in januari nipt voor. In december was een meerderheid van de VVD-stemmers nog tegen.

Samenwerking

Het referendum, dat op 6 april wordt gehouden, gaat over een overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Daarin worden afspraken gemaakt over nauwere samenwerking op politiek, cultureel en economisch gebied. Het gaat met name over handel, maar bijvoorbeeld ook om het aanpakken van corruptie.